Blog

Kritiek politiek op overlegverplichting bij start nieuwe opleidingen

Vanaf 1 maart 2009 is de volgorde tussen de toets nieuwe opleiding en de toets macrodoelmatigheid omgedraaid. Uit een brief van OCW en uit het Wetsvoorstel versterking besturing blijkt dat hoger onderwijsinstellingen in de nabije toekomst bij de start van nieuwe opleidingen verplicht afstemmingsoverleg zullen moeten voeren. Dit zal waarschijnlijk worden opgenomen in de nieuwe beleidsregel doelmatigheid, welke naar verwachting begin april openbaar wordt gemaakt.

De politiek heeft echter kritiek op de afstemmingsverplichting, zo blijkt uit het onlangs gepubliceerde verslag van het overleg over het Wetsvoorstel versterking besturing.In de OCW brief wordt aangegeven dat in de nieuwe beleidsregel is opgenomen dat instellingen die een nieuwe opleiding starten over dit voornemen verplicht overleg moeten voeren met alle instellingen die een vergelijkbare geaccrediteerde opleiding aanbieden. In de huidige situatie is dit afstemmingsoverleg alleen verplicht bij het openen van een nieuwe vestiging  of bij het verplaatsen van een bestaande opleiding. De overlegverplichting zal bovendien worden opgerekt naar alle, dus ook niet bekostigde, instellingen die een vergelijkbare geaccrediteerde opleiding aanbieden.

Om een overlegverplichting bij de start van nieuwe opleiding te kunnen effectueren is een wijziging van de WHW noodzakelijk. Een voorstel daartoe is opgenomen in het Wetsvoorstel versterking besturing. In het verslag over het wetsvoorstel uiten diverse politieke partijen kritiek op of hebben vragen over de voorgestelde wijziging.

Zo vraagt de VVD zich af waarom bekostigde instellingen over de start van nieuwe opleiding ook moeten overleggen met niet-bekostigde instellingen. Doorkruist dit niet de experimenten in het kader van open bestel zo vraagt men zich af.  Ook de ChristenUnie zet vraagtekens bij de overlegverplichting met niet-bekostigde instellingen.  Voor de SP volstaat een overlegverplichting met enkel de bekostigde instellingen zo blijkt.

Het scherpst uit de hoek komt echter het CDA. Deze partij stelt de gehele doelmatigheidsbeoordeling ter discussie. Zij zien de macrodoelmatigheidstoets als een “ongelukkig instrument”, dat als “betuttelend” wordt gezien en enkel zorgt voor “vele discussies, waarbij enkel de belangen van instellingen worden betrokken en niet de belangen voor de samenleving in zijn geheel”. De toetsing is een belemmering voor de komst van nieuwe opleiding en komt de innovatie in het hoger onderwijs niet ten goede aldus het CDA.

Deze stevige kritiek gaat vergezeld van een interessant voorstel. Het CDA wijst er dat in het mbo geen macrodoelmatigheidstoets wordt toegepast maar wel wordt bezien of de komst van een nieuwe opleiding arbeidsmarktrelevantie heeft.  De regering wordt verzocht een vergelijking te  maken van de werking van beide systemen, waarbij effectiviteit, efficiency, administratieve lastendruk, aansluiting op de arbeidsmarkt en innovatie de criteria zijn.