Onderwijsinstellingen moeten zelf het voortouw nemen

4 jaar geleden

 

 

 

Door Ursula Wopereis

Ron Bormans, bestuursvoorzitter van de Hogeschool Rotterdam, heeft zich gedurende zijn hele loopbaan bezig gehouden met de kwaliteit van het hoger onderwijs, vanuit wisselend perspectief. “Als jonge ambtenaar heb ik de voorloper van de voorloper van het huidige stelsel mee mogen ontwikkelen. Destijds zat ik vooral aan de kant van het conditioneren van kwaliteit, het regelen en zichtbaar maken van kwaliteit.Ook in mijn huidige functie ben ik dominant bezig met structuren en het conditioneren van kwaliteit, maar ik realiseer me elke dag dat het draait om die docent die met het juiste kwaliteitsbesef en de juiste gedrevenheid in zijn eigen professionele ruimte de goede dingen doet.”

Professionele autonomie

Een goede kwaliteitssystematiek schept helderheid en faciliteert de docent in het uitoefenen van zijn vak. Maar er zijn grenzen, vindt Bormans. “Uiteindelijk komt dat kwaliteitszorgsysteem aan een deur en die deur is de professionele autonomie van de docent. Dat kunnen we strak aansnijden of ruim, maar daar kom je niet binnen. Dat is onvermijdelijk en goed. De relatie tussen docent en student vormt de kern van het onderwijs, dat noem ik de nucleus. Ik heb altijd sterk het gevoel gehad dat er een zekere balans moet zijn tussen structuur en autonomie, maar momenteel komt de buitenwereld te diep binnen in dat kamertje. Dat tast de autonomie van het hoger onderwijs en daarmee ook de autonomie van de docent aan. Ik heb die professional heel hoog in het vaandel. Verantwoordingsmechanismen zijn belangrijk, maar ken je plek. Professionals laten zich moeilijk dicteren - je kunt ze wel conditioneren en inspireren.”

Wat is kwaliteit?

Aan de vraag hoe je de docent aan het kwaliteitssysteem krijgt gaat volgens Bormans een complex vraagstuk vooraf: wat is kwaliteit? “Daar leven verschillende opvattingen over, ook onder docenten, en daar komt vaak het ongerief van bestuurders, politici en managers vandaan. Een organisatie is het krachtigst als er een gedeeld kwaliteitsbesef is, een fundament op basis waarvan de professionals zeggen: zo doen we dat hier en wel hierom.”

Big 5

In het discours met zijn eigen docenten houdt Bormans het graag simpel. “Onderwijsinstellingen worden betaald met belastinggeld en hebben een maatschappelijke opdracht. Ik heb die opdracht vertaald naar vijf concrete en heel hanteerbare criteria, die onderling bovendien een sterke relatie hebben: als je een opleiding hebt waar zowel studenten als docenten zich thuis voelen, die voldoende studenten aflevert (rendement), waar het afnemende veld tevreden over is, waarbij een club van deskundigen langskomt die zegt: ‘het heeft niveau’ (accreditatie), dan heb je een goede opleiding.”  

Schaalgrootte en identiteit

De schaalgrootte van een onderwijsinstelling kan een probleem zijn, maar heeft in de kern niets met Bormans’ Big 5 van doen. “Sterker nog, die schaal biedt mij de mogelijkheid om met 3300 professionals tegelijk het gesprek te voeren. Daar gaat overigens wel iets aan vooraf. Je moet als organisatie wel kleinschaligheid organiseren, anders voelen docenten en studenten zich niet thuis en herkent het afnemende veld zich niet in de organisatie.” En hoe verhouden die Big 5 zich tot identiteit? “Die vijf parameters zeggen niets over identiteit. Dat is iets wat iedereen op zijn eigen manier mag invullen. Identiteit is mede bepalend voor de tevredenheid van studenten en docenten, maar dat kan per opleiding verschillen. Iedere docent kan dus zijn eigen identiteit aannemen, zolang iedereen hetzelfde gemeenschappelijke doel voor ogen houdt. Iedere docent moet kunnen verwoorden wat wij hier met elkaar doen.”

Maatschappelijke verantwoording

Vanuit hun maatschappelijk taak vindt Bormans het vanzelfsprekend dat scholen zich moeten verantwoorden. Dat de overheid de verantwoordingslijn aanhaalt als er misstanden zijn is ook begrijpelijk. “Dat doe ik ook als een opleiding het minder goed doet. Ik vind veel geklaag over kwaliteitszorgsystemen onterecht. Maar ben ik blij met wat er nu gaande is? Dan zeg ik volmondig nee. En dan gaat het me niet eens zozeer om dat toezicht. Ik vind het heel legitiem om achteraf verantwoording af te leggen, maar de politiek is doorgeschoten in de reflex van strenger toezicht. Die enorme verantwoordingsdrift kost veel tijd en energie en leidt bij de professional tot contrair gedrag. Het hele circus speelt zich bovendien af in een maatschappelijke context van wantrouwen, geïmpregneerd door mediawetmatigheden. Het is een idee-fixe te denken dat de politiek door middel van een kwaliteitszorgsysteem sturing geeft aan het proces om de kwaliteit te verbeteren.”

Uit balans

Het huidige systeem is uit balans. Maar dat is wat anders dan dat het er niet moet zijn, benadrukt Bormans. “Ik zie het als een van mijn rollen om die balans te zoeken, als tussenschakel tussen het systeem in Den Haag en het klaslokaal in Rotterdam. Je kunt het gevoel hebben dat je platgedrukt wordt door de externe kwaliteitseisen. Dat kun je alleen tegengaan door je interne kwaliteitszorgsysteem op te pompen en zelf proactief en volstrekt transparant te zijn over wat je als hogeschool doet. Als je zelf de goede keuzes maakt in je kwaliteitsnormering verandert de rol van de controlerende overheid.”

Vertrouwen

Het basale vertrouwen van pakweg tien jaar geleden komt overigens nooit meer terug, denkt Bormans. “Een aantal maatschappelijke instituties, waaronder hogescholen, maar ook woningcorporaties en ziekenhuizen, is de laatste jaren een deel van hun vanzelfsprekende bestaansrecht kwijtgeraakt. Door de schaalvergroting, door een gebrek aan maatschappelijke ontvankelijkheid, door incidenten in het verleden, doordat grotendeels terechte kritiek hier en daar genegeerd is. Maatschappelijk vertrouwen is een instabiele entiteit geworden met een kortcyclisch karakter. Daar zul je elke dag weer opnieuw aan moeten werken.”

Pro- en interactief

Vertrouwen en verantwoording is tegenwoordig veel meer een vorm van interactie, een continu proces, vervolgt Bormans. “Onderwijsinstellingen moeten niet wachten tot de Inspectie langskomt, maar zelf proactief zijn en initiatief nemen, een harde
kop hebben én kwaliteitsbesef. Dat betekent dat je elke dag communiceert waar je mee bezig bent en wat de resultaten zijn, trots uitstraalt op wat je doet, je fouten durft toe te geven en vooral heel hard werken. Mijn boodschap is heel basaal. Als mijn werk waar ik verantwoordelijk voor ben voor negentig procent door anderen wordt bepaald sta ik voor de keuze: ik kan zeuren over die negentig procent óf ik kan aan de slag gaan om van mijn eigen tien procent het beste te maken. Is mijn tien procent op orde, dan heb ik namelijk recht van spreken om tegen die negentig procent te zeggen: zo, en nu ben jij aan de beurt.”

Meer informatie?

Dit interview met Ron Bormans is een van de dertien interviews uit de Hobéon Special: Kwaliteitszorg in het onderwijs, Op de rails of ontspoord? In deze special reflecteren wij met spelers uit het mbo, hbo en wo, in het bekostigd onderwijs en commercieel onderwijs op de vraag: Hebben we kwaliteitszorg in het ondewijs op de rails, of is zij inmiddels ontspoord?

Special in uw mailbox ontvangen?
Vul uw e-mailadres in en u ontvangt de Hobéon Special direct in uw mailbox.

Special per post ontvangen?
Wilt u de Hobéon Special liever per post ontvangen? Dat kan. Vul uw adresgegevens in en wij sturen de Hobéon Special kosteloos naar u toe.

Hobéon Special is een magazine waarin we actuele onderwerpen en (de gevolgen van) toekomstige ontwikkelingen in ons en uw werkterrein belichten.

Bekijk alle nieuwsberichten