Eindrapport onderzoek naar werking NLQF

Gepubliceerd op dinsdag, 13 februari 2018

In opdracht van het Ministerie van OCW is onlangs een onderzoek uitgevoerd naar de werking van het Nederlands Kwalificatieraamwerk (NLQF). Op verzoek van Ockham IPS hebben Frank Hendriks en Pieter Huisman van Hobéon een bijdrage geleverd aan dit onderzoek.

In 2008 het European Qualification Framework (EQF) geïntroduceerd. Dit is een kwalificatiekader dat bestaat uit acht niveaus van leerresultaten. Leerresultaten zijn beschrijvingen van wat iemand kent, en kan doen na de voltooiing van een leerproces. Via het EQF kunnen de niveaus van kwalificaties van verschillende landen beter met elkaar vergeleken worden. Het EQF is gericht op bevordering van leven lang leren en mobiliteit binnen Europa. Op basis van het EQF is door alle landen in Europa een eigen uitwerking gemaakt waarmee nationale kwalificaties kunnen worden ingeschaald op één van de acht overeengekomen kwalificatieniveaus. Dit heeft in 2011 geresulteerd in het Nederlands Kwalificatieraamwerk (NLQF).

Het Nationaal Coördinatiepunt (NCP) NLQF is in 2012 ingesteld om niet door de overheid gereguleerde kwalificaties, zoals certificaten en diploma’s van bedrijfsopleidingen, in te delen in de acht niveaus van het NLQF.

Om het huidig functioneren van het NCP NLQF te evalueren en een inventarisatie te maken van de bezwaren ten aanzien van het huidige NLQF, is in opdracht van het ministerie van OCW een onderzoek uitgevoerd door Ockham IPS. Ockham IPS heeft Hobéon gevraagd bij te dragen aan het onderzoek door een analyse te leveren ten aanzien van de wettelijke implementatie. Eerder hebben Pieter Huisman en Frank Hendriks al voor OCW een uitgebreid rapport geschreven over de wettelijke inkadering van het NLQF.

Het eindrapport van het onderzoek naar de werking van het NLQF beveelt onder andere aan het begrip ‘kwalificatie’ te verhelderen en de procedures bij het NCP te stroomlijnen. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen in de aanpassing van het wetsvoorstel NLQF, dat naar verwachting in het najaar van 2018 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

 

« Terug naar het overzicht