‘Leven lang leren is een kerntaak’. Interview met Rinnooy Kan

3 jaar geleden

 

 
Foto door Sjef Ramakers

‘Leven lang leren is een kerntaak’

door Fred de Bruijn en Ursula Wopereis

In maart 2014 presenteerde de adviescommissie Flexibel hoger onderwijs voor werkenden haar aanbevelingen voor een toekomstbestendig deeltijd hoger onderwijs. Tot grote tevredenheid van voorzitter Alexander Rinnooy Kan nam minister Bussemaker het advies integraal over, inclusief de aanbeveling voor vraag gefinancierd onderwijs. Is Nederland rijp voor de overgang naar een nieuw model?

Een minister die een advies integraal overneemt, what more can you ask? Toch was het een lastig adviestraject, vertelt Alexander Rinnooy Kan. De achterliggende verhoudingen waren ingewikkeld, met name tussen bekostigde en commerciële aanbieders. De noodzaak was echter evident: de instroom van deeltijdstudenten in het hoger onderwijs is de laatste tien jaar bijna gehalveerd en blijft afnemen. “Wat leven lang leren betreft doet Nederland het internationaal gezien sowieso slecht. En dat terwijl Nederland in verhouding een grote behoefte heeft aan hoger opgeleiden die volledig gediplomeerd zijn.”

Theezakjesmodel

Een sluitende verklaring voor deze ogenschijnlijke tegenstelling heeft Rinnooy Kan niet. “Misschien nemen de bekostigde instellingen het deeltijdonderwijs niet serieus genoeg. Minister Bussemaker sprak in haar beleidsbrief over het ‘theezakjesmodel’, waarin deeltijdonderwijs een slap aftreksel van het voltijd- onderwijs is, een extra opbrengstenpost waarvoor je niet veel moeite hoeft te doen. Terwijl je dat misschien juist wel moet doen in de vorm van maatwerk voor de specifieke doelgroep. Universiteiten en hogescholen moeten beseffen dat leven lang leren een kerntaak is.” Qua financiering verkeert het Nederlandse onderwijs in een patstelling. “De overheid heeft een vlak speelveld gecreëerd door restricties op te leggen aan de bekostigde instellingen, die de effectiviteit van deeltijdonderwijs dramatisch reduceren. Onbekostigde onderwijsaanbieders hebben de mogelijkheid om een aantal flexibiliteiten te bieden, zoals flexibiliteit van vestigingsplaats, modulering etc. Bekostigde instellingen hebben die mogelijkheden niet. Ik kwam al vrij snel tot de conclusie dat die beperking het bekostigde instellingen eigenlijk onmogelijk maakt om klantvriendelijk en effectief te zijn.”

Valse concurrentie

De adviescommissie onderzocht de mogelijkheid van een model gebaseerd op vraagfinanciering.
Een eerdere verkenning door Halbe Zijlstra strandde bij gebrek aan overeenstemming tussen de partijen. Inmiddels lijkt het tij gekeerd. “We kwamen er uiteindelijk uit doordat niemand in de adviescommissie de relevantie van vraagfinanciering kon ontkennen. De effecten zijn overigens onzeker. Internationale onderzoeken bieden geen overtuigend bewijs, dus het lag voor de hand om te gaan experimenteren.
Toen we die experimenten nader probeerden te beschrijven bleek dat alsnog erg ingewikkeld.
De onbekostigde instellingen zeggen – niet zonder reden – dat veranderingen in het model door hen bestreden zullen worden als zijnde valse concurrentie. Ik hoop er het beste van.”

Scepsis

Dat is precies waarom Hobéon enigszins sceptisch is over de uitkomsten. Het onderliggende advies is namelijk niet  de eerste poging om een model gebaseerd op vraagfinanciering te introduceren. In 2002 strandden de vergevorderde plannen voor studievouchers omdat de hogescholen niet effectief genoeg participeerden. De vraag is of de onderwijsinstellingen zich anno nu probleemeigenaar voelen van leven lang leren. Het is misschien tekenend dat in actuele prestatieafspraken tussen hogescholen en overheid leven lang leren niet of nauwelijks terugkomt. Daarnaast maakt het bedrijfsleven vooral gebruik van kortcyclische opleidingstrajecten en cursussen. Er worden veel maatwerktrajecten gerealiseerd, in service, met andere partijen of bij commerciële onderwijsinstellingen. Voor uitgebreide trajecten is bij hoogconjunctuur vaak geen tijd en bij laagconjunctuur  geen geld. Nu de economie wat aantrekt zien we een combinatie: bedrijven vangen de omzetgroei op met huidig personeel dat meer taken krijgt en daarvoor op maat wordt toegerust.
Is de markt klaar voor de voorgestelde impuls van leven lang leren?

Sprong voorwaarts

De toekomst zal het leren. Rinnooy Kan gaat er vooralsnog  vanuit dat op termijn een level playing field ontstaat tussen bekostigd en onbekostigd onderwijs. “Ik hoop dat universiteiten en hogescholen bereid zijn zelf een snellere sprong te maken naar een vraagfinancieringsmodel, zodat ze in een positie komen waarin ze kunnen onderhandelen over de details. En ik hoop nog twee andere dingen: dat eerder verworven competenties (EVC’s) passend worden verwerkt en dat deze discussie het hele online aanbod, de moocs (massive open online courses) en de spocs(small private online courses), een duw in de goede richting zal geven. Dat hoeft zich niet te beperken tot diplomagedreven onderwijs. Mijn grote frustratie is dat we er maar niet in slagen dat percentage mensen dat deeltijdonderwijs, her- of bijscholing volgt enigszins in de buurt te krijgen van wat een top 5 kenniseconomie zou moeten willen.” 

Lerend vermogen

Hoe staat het met onze 21st century skills? Is Nederland  klaar voor de toekomst? Die discussie plaatst Rinnooy Kan graag in een breder perspectief. “Ik grijp even terug op een ervaring uit het verleden. Ik was in de jaren negentig bij ING verantwoordelijk voor recruiting, met name van trainees. Gaandeweg merkten we dat het steeds minder relevant werd wat mensen al wisten. De vooropleiding kon net zo goed nucleaire fysica als bedrijfseconomie zijn. Trainees werden geselecteerd op persoonlijkheidskenmerken en kwaliteiten als leiderschap, omgang met anderen, communicatievermogen en op het vermogen om bij te leren. Dat zijn blijvende essentiële vaardigheden. Voor een deel van de dienstverlening is dat een relevant model.”
Voor beroepsopleidingen of vakken met  een sterke fysieke en mentale discipline ligt dat anders, denkt Rinnooy Kan. “Daar blijft de basiskennis en het bijscholingsproces belangrijk en is de opgave voor de opleider veel substantiëler.” Hoe dan ook, de arbeidsmarkt zal in ieder geval aanzienlijk volatieler worden. “Het onderwijs is de enige smeerolie in deze machine. Vraagfinanciering biedt het onderwijs een geweldige kans, maar ook een groter probleem als die mogelijkheid niet benut wordt. Voor het onderwijs, maar ook voor de klanten.”

Kansen creëren

Want de interactie tussen werkgevers en onderwijsaanbieders kan zonder meer beter, volgens Rinnooy Kan. “De primaire rol van werkgevers is veilig stellen dat hun werknemers zich passend voorbereiden op de toekomst, bij hun bedrijf of elders. Maar ze moeten zich ook uitspreken over de gewenste kennis en vaardigheden van toekomstige sollicitanten die vanuit het onderwijs instromen.” Dwars door de conjunctuurcyclus heen zouden werkgevers constant bereid moeten zijn om de nieuwste technologie ter beschikking te stellen aan het onderwijs, zodat het onderwijs kan anticiperen op nieuwe ontwikkelingen.
Bied studenten de kans om de praktijk te leren kennen door een goede stage en stimuleer hen om ervaring op te doen in het buitenland, adviseert Rinnooy Kan. “Dat is enorm inspirerend, een verblijf in het buitenland verruimt je blik. De Erasmusbeurs voor universitaire studenten is een van de aardigste programma’s van Europa en een buitenkans om buitenlandse ervaring op te doen. Hbo-studenten zou je veel

Bruggen bouwen

Het verbreden van de horizon brengt ons op de onderzoeks- bagage van hbo-studenten. Door het aanleren van een basale reflectieve, kritische en onderzoekende houding krijgen studenten gereedschap mee om in de toekomst slim om te gaan met nieuwe vragen die op hen afkomen. Daarmee wordt de kiem gelegd voor een leven lang leren. “Helemaal mee eens. Scherp de rol van de lectoren aan", adviseert Rinnooy Kan. “Daarmee sla je twee vliegen in één klap. Je benoemt mensen die op de hoogte zijn van de laatste stand van zaken op het gebied van wetenschap en technologie en gedreven worden door hun ambitie om dat in de praktijk toegepast te zien. ‘Lectoren zijn sleutelfunctionarissen die het hbo in een stroomversnelling kunnen brengen naar de toekomstige rol’. Door een brug te slaan naar het bedrijfsleven in de regio leggen ze de basis voor de stroom stagiaires naar het bedrijfsleven  en vice versa voor de terugkoppeling van de technologie naar het onderwijs. Bovendien creëren ze door het overdragen van een onderzoekersmentaliteit studenten die op de goede manier in veranderingen zijn geïnteresseerd. De succesverhalen leveren bovendien rolmodellen op en inspireren collega’s.

 

Hobéon Special ontvangen?

Hobéon Special, Onderwijs - Arbeidsmarkt - Overheid, Trilemma of trojka? Wilt u de Hobéon Special ontvangen? Dat kan. Vul uw (adres)gegevens in en wij sturen de Hobéon Special  kosteloos naar u toe.

Hobéon Special is een magazine waarin we actuele onderwerpen en (de gevolgen van) toekomstige ontwikkelingen in ons en uw werkterrein belichten.

Bekijk alle nieuwsberichten