Hoger onderwijs post-corona: vijf aandachtspunten voor het nieuwe studiejaar

4 weken geleden

De afgelopen maanden stonden voor opleidingen in het teken van een flinke inspanning om het onderwijs te continueren. Docenten en studenten leverden forse inspanningen om lessen online te volgen en toetsen op alternatieve manieren te laten afnemen. Belangrijke keuzes werden gemaakt in de opzet van het onderwijs en de toetsen. Er moest druk geschakeld worden tussen alle betrokken actoren: opleidingsmanagement, examencommissies, opleidingscommissies en examinatoren. Het werken met de WHW en de opleidings- en instellingsregels vormt daarbij een uitdaging. Zoals de Inspectie recentelijk in de Staat van het Onderwijs 2020 heeft geconstateerd, is de huidige WHW niet toekomstbestendig en niet ingericht op nieuwe ontwikkelingen zoals flexibilisering en digitalisering. De wet roept veel vragen op bij de interpretatie en de mogelijkheden om nieuwe of andere vormen van onderwijs of toetsing te implementeren, dit zal zeker ook het geval zijn in het post-coronatijdperk. Welke uitdagingen zijn er bij de afronding van dit studiejaar en de start voor het volgend studiejaar?

Een aantal thema’s en vragen die de komende periode om aandacht vragen.

1. Instroom en selectie

Toelatings- en matchingprocedures zullen op afstand moeten plaatsvinden. Voor instroom van het MBO naar het HBO zullen specifieke (landelijke) afspraken en mogelijke (spoed)wetswijzigingen, afwijking van de gebruikelijke procedures mogelijk maken. Als het gaat om toelating heeft vaak ook de examencommissie een rol bij het verlenen van vrijstellingen. Hoe gaan examencommissies en opleidingsmanagement met elkaar om in deze nieuwe situatie? Welke richtlijnen zijn mogelijk bij selectie op afstand?

2. Doorstroom en BSA

De inrichting van het onderwijs en de OER moet aangepast worden om studievertraging te voorkomen, maar wat is mogelijk binnen de kaders van de wet en de landelijke afspraken? Hoe om te gaan met de regels van het bindend studieadvies? Het servicedocument HO stelt hierover dat universiteiten en hogescholen de mogelijkheid hebben om het bsa voor alle eerstejaarsstudenten generiek uit te stellen naar het tweede jaar. Zij kunnen er ook voor kiezen nadere richtlijnen vast te stellen die voor studenten duidelijk maken wanneer zij voor uitstel van het bsa in aanmerking komen. Het vormgeven van een passend kader om de ‘halfharde’ knip tussen bijvoorbeeld bachelor en master vorm te geven vergt echter denkwerk. Zo zullen hogescholen voor hun masteropleidingen op basis van een afrondingsadvies van de bacheloropleiding en een weging van de zwaarte van de masteropleiding, studenten voorwaardelijk moeten toelaten, tot 1 januari 2021. Maar hoe kunnen dergelijke besluiten juridisch houdbaar worden gemaakt?

3. Kwaliteitszorg en borging

Wordt de OER aangepast? Dan verandert ook de kwaliteitszorg en het kwaliteitszorgsysteem. Welke informatie is dan nodig om juiste beslissingen te maken? En op welke wijze leidt deze informatie tot het verbeteren van uw onderwijs? Daarbij kan in de waan van de dag de situatie ontstaan dat verslaglegging over de gemaakte keuzes – niet het meest aantrekkelijke onderdeel – te kort schiet. Dit kan mogelijke risico’s vormen voor een komende accreditatie en beoordeling van de landelijke kwaliteitsafspraken. Langs welke weg en met welke instrumenten kunnen mogelijke risico’s worden getackled?

4. Toetsing en examinering

In de onderwijs- en examenregeling (OER) worden ook jaarlijks de rechten en plichten van studenten vastgelegd. Wat betekent de huidige en toekomstige aanpassing van de OER met wellicht (veel) meer online onderwijs voor de toetsing en examinering? Wat is hierin de verantwoordelijkheid en de bevoegdheid van de examencommissie? Moet en kan deze zich actiever met de vaststelling van de OER bemoeien? Hoe is de medezeggenschap en de opleidingscommissie betrokken? Waar kijkt de Inspectie naar? Binnen veel instellingen levert de omschakeling en aanpassing spanningen op. Kunnen we belofte tot beperking van studievertraging aan studenten nog wel nakomen? Hoe kunnen we praktijkexamens gewaarborgd afnemen? En levert dit ook strijd op met andere regelgeving zoals de privacyregelgeving in de AVG? Neem bijvoorbeeld online proctoring. Welke juridische kaders zijn van belang bij het aanpassen van regels en richtlijnen voor toetsing en examinering?

5.  Compliance

We kunnen ons voorstellen dat er behoefte is aan ondersteuning bij compliance in deze tijden. In de eerste fase was er een zekere vrije ruimte voor instellingen om te doen wat nodig was, zelfs als dit (sterk) afweek van de wet en vastgestelde regelingen. Maar in de nieuwe fase zullen opleidingen en betrokken actoren zoals opleidings- en examencommissies gevraagd worden verantwoording af te leggen over gemaakte keuzes en zullen interne organen zoals medezeggenschap en extern controlerende instanties zoals NVAO en Inspectie vragen om juridische waarborgen.

Meer informatie

Op bovenstaande thema’s kan Hobéon u een ondersteuningsaanbod op maat bieden. Wilt u meer informatie over een van deze onderwerpen neem dan contact op met Pieter Huisman of Roel van Krieken via 070 30 66  800 of stuur een mail naar p.huisman@hobeon.nl of r.vankrieken@hobeon.nl

Bekijk alle nieuwsberichten