Zicht op Kwaliteit van Excellentie

Ruud van der Herberg

4 jaar geleden

door Ruud van der Herberg en Foka Brouwer

Wat is eigenlijk excellentie-onderwijs?

In het grote Honoursdebat van de Universiteit Leiden op 26 mei jl., met minister Bussemaker als deelnemer, kwamen in drie stellingen dilemma’s en hoedanigheden van honours onderwijs langs.

  1. Honours onderwijs speelt niet alleen in op de behoeften van excellente slimmeriken, maar ook op die van competente rebellen. 
  2. Het maken van eigen keuzes tijdens je studie is beter dan het volgen van een vooraf vastgelegd honours programma.
  3. In honours onderwijs gaat het er niet om steeds dieper in je eigen vakgebied te gaan, maar juist om verbreding en interdisciplinariteit.

In deze stellingen  komen een aantal aspecten van honours aan de orde. Ze gaan over

  • intrinsieke motivatie en het maken van eigen keuzes versus maatschappelijke behoefte aan excellent onderwijs,
  • over curriculair vastnagelen  van honours programma’s versus “het curriculum volgt de student”,
  • over verbreding versus verdieping.

In de discussie bleek de honoursstudent  vooral intelligent en een doorzetter te zijn die oog heeft voor lange termijn perspectief. Jeroen van Baar, van het boek De prestatiegeneratie, waarschuwde voor de context van competitie,  keuzestress, hoge IQ’s waarin honours onderwijs soms wordt besproken. Dit leidt tot vergroting van ongelijkheid in het onderwijs die ook nog eens niet gevraagd wordt door bedrijfsleven en instellingen op de arbeidsmarkt. Van Baar en anderen vroegen aandacht voor  plezier in het leren, niet boven een ander uitstijgen maar boven jezelf uitstijgen en dat benutten voor een ander.

Het honours onderwijsonderwijs is selectief, kleinschalig, intensief, activerend en ambitieus. Vanzelfsprekend roept dat de vraag op of ook het ‘gewone’ onderwijs niet een paar tikken van deze molen mag krijgen?!  Matchen we nu de honours student en het honours onderwijs, dan krijgen we het volgende beeld: het brengt je hoe dan ook buiten je comfort zone en verhoogt  je sensitiviteit voor je omgeving en voor je medestudenten.

Een belangrijk  aandachtspunt bij de honours programma’s is, dat deze niet ‘in quarantaine’  uitgevoerd worden, maar dat de deelnemende docenten en studenten verbonden zijn en blijven met de reguliere opleiding en zo iedereen kunnen inspireren. Kortom, van prestatiegedreven naar waardengedreven.

Een andere showcase dan het Honours College van de Universiteit Leiden is de Hanzehogeschool Groningen. Deze heeft in haar onderwijs-portfolio een uitgebreid en veelzijdig aanbod van excellentie-
programma’s onder de titel Honours programma’s. Onder een honours programma verstaat de hogeschool een traject voor talentvolle studenten, gespreid over achtereenvolgende studiejaren of een half jaar intensief en full-time. Binnen een honours programma voert een student uitdagende en complexe praktijkgerelateerde opdrachten uit, vaak in opdracht van een organisatie en begeleid door geselecteerde docenten. Er zijn honours talentprogramma’s, honours minoren, honours specialisaties en individuele honourstrajecten.
Binnen de Hanzehogeschool is het Hanze Honours College (HHC) verantwoordelijk voor het toelaten en het toezicht op de kwaliteit van de Honours programma’s. Het HHC beoordeelt nu en in de toekomst voorstellen voor en uitvoering van excellentieprogramma’s die opleidingen of academies (willen) aanbieden.


Excellentie als profilerend kenmerk

Instellingen willen zich graag profileren op een specifiek thema. Zo kunnen instellingen zich onderscheiden in duurzaamheid, ondernemen, internationalisering, e.d. Voor enkele van die aspecten heeft de NVAO beoordelingskaders ontwikkeld, maar voor veel profilerende thema’s ook niet. Excellentie is ook zo’n thema.

In het hoger onderwijs biedt het accreditatiestelsel met het oordeel ‘excellent’ een mogelijkheid om op opleidingsniveau iets van excellentie tot uitdrukking te brengen. Een dergelijke oordeel op de waarderingsschaal voor de standaarden uit het accreditatiekader en eventueel zelfs voor de hele opleiding,
is echter iets anders dan dat de opleiding met haar honoursprogramma’s invulling geeft aan het excellentieprofiel van een instelling. Omdat de honours programma’s verbonden zijn aan reguliere geaccrediteerde opleidingen, zijn er natuurlijk raakvlakken met accreditatie. Leden van accreditatiepanels komen de honours programma’s tegen in de te beoordelen opleidingen. Een intern kwaliteitskeurmerk voor honours programma’s kan in de audit meegenomen worden. Een ontwikkeling vanuit een  kwaliteitskeurmerk  Excellentie naar een aanvraag van een Bijzonder Kenmerk van de NVAO is goed denkbaar.

Hobéon heeft met haar Hobéon Keurmerk voor Kwaliteit (HKK) de mogelijkheid hierin te voorzien.
Het Hobéon Keurmerk voor Kwaliteit is een vorm van certificering voor organisaties die hun kwaliteit aan de markt zichtbaar willen maken én die zich verder willen ontwikkelen. Het keurmerk is gebaseerd op een basis-beoordelingskader dat naast aandacht voor visie, doelstellingen en beleid, bedrijfsvoering en organisatie bovenal inzoomt op het primaire proces. Uiteraard wordt er tevens gekeken naar ondersteunende processen, kwaliteitszorg en resultaten.
Door externe beoordeling en certificering van dit kwaliteitssysteem kan een instelling op voor de buitenwereld overtuigende wijze de kwaliteit van de programma’s zichtbaar maken.

Vragen?

Heeft u naar aanleiding van deze bijdrage vragen? Of wilt u meer informatie over inzet van onze expertise bij de ontwikkeling of herpositionering van uw opleidingen aanbod? Neem dan contact op met Fokke Brouwer, f.brouwer@hobeon.nl en/of met Ruud van der Herberg, r.vanderherberg@hobeon.nl , of bel met 070 3066800.

 

Bekijk alle blogberichten