Vraagtekens bij onderzoek Inspectie naar EVC

Fred de Bruijn

8 jaar geleden

Aan de beoordeling van EVC-aanbieders werd eerder op het Hobéon weblog reeds aandacht geschonken.  In die bijdrage werd erop gewezen dat de beoordelende rol van de Inspectie van het Onderwijs bij EVC in het mbo in 2010 door andere partijen zou worden overgenomen. Vlak voor het kerstreces zond staatssecretaris van Bijsterveld haar visie op de borging van de kwaliteit van het Ervaringscertificaat in het MBO naar de Tweede Kamer. Ook verscheen toen onder de noemer ‘Competent erkend?’ een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar EVC  in het hoger onderwijs.

In deze bijdrage leest u een samenvatting van beide documenten, welke zal worden voorzien van een kort commentaar.

De kwaliteit van het Ervaringscertificaat

In ‘ kwaliteit van het Ervaringscertificaat’ is de visie van de staatssecretaris op de ontwikkeling van het Ervaringscertificaat voor de komende jaren vervat. Grofweg worden twee lijnen uitgezet. Ten eerste een aantal ‘acties’ die de basiskwaliteit van EVC-procedures en Ervaringscertificaten moeten borgen en verbeteren. Kenmerkend hiervoor is dat de overheid hierbij de regierol neemt. Hieronder worden te dien aanzien de drie actiepunten van de staatssecretaris toegelicht. Ten tweede zullen er in 2010 voor de  langere termijn nadere afspraken met convenantpartners over verantwoordelijkheidsverdelingen worden gemaakt. Hoewel dit niet expliciet uit de brief valt op te maken geldt deze beleidslijn ook voor het EVC in het hoger onderwijs. Dit blijkt uit de begeleidende brief die minister Plasterk liet uitgaan bij het Inspectie rapport Competent erkend. Het rapport wordt hieronder nog besproken.

Kwaliteitscode EVC

Volgens alle convenantpartners voldoet de kwaliteitscode, zeker nadat in 2009 de normtekst is aangescherpt. De positionering van het systeem van kwaliteitsbewaking behoeft echter verbetering, waarbij met name het eigenaarschap een punt van zorg is. De staatssecretaris stelt dat de  kwaliteitscode EVC  de juridische basis  vormt voor haar om beslissingen te nemen over de erkenning van aanbieders.  Hoe dit wordt vormgegeven moet echter nog worden uitgewerkt. Duidelijk is wel dat wordt aangesloten bij ontwikkelingen, zoals de verheldering van de normtekst, die het afgelopen jaar zijn ingezet.

De kwaliteit van EVC aanbieders

Er zijn momenteel 113 erkende EVC aanbieders. De uitvoering van de beoordeling van deze aanbieders verschilt echter, dit wordt mede veroorzaakt door verschillende wijzen van aanpak van beoordelende organisaties (zoals Hobéon)  en de inspectie van het onderwijs. Laatstgenoemde beoordeelde tot 2009 EVC-aanbieders in het mbo.

De staatssecretaris acht een verschil in de wijze van beoordelen van EVC-aanbieders ongewenst. Om de basiskwaliteit op orde te krijgen, zal de overheid de komende drie jaar de regie nemen op zowel het proces van de beoordelingen van EVC-aanbieders als op de bestuurlijke hantering van de uitkomsten van die beoordelingen, de beslissing dus over al dan niet opname of verwijdering uit het register van erkende EVC-aanbieders.

De overheid gaat dus de beslissingen nemen, dit op basis van de rapporten van de beoordelende organisaties. Daarbij zullen vier categorieen aanbieders worden onderscheiden: (1) zwakke aanbieders, (2) aanbieders met meerdere tekortkomingen die binnen een jaar zijn op te lossen, (3) aanbieders met enkele tekortkomingen die binnen een jaar zijn op te lossen en (4) aanbieders die voldoen aan de code. De laatstgenoemde krijgen een erkenning voor 3 jaar, de eerstgenoemde worden geschrapt uit het register. Voor de andere aanbieders volgt een herbeoordeling (integraal bij meerdere tekortkomingen, op onderdelen bij enkele tekortkomingen). Zie voor procedurele informatie over het bovenstaande nader de brief die alle EVC-aanbieders van het ministerie hebben ontvangen.

De kwaliteit van ervaringscertificaten

Kern van de kritiek op ervaringscertificaten is dat deze nog onvoldoende inzicht bieden in de verworven competenties van de houder hiervan. Hierdoor is het mogelijk dat examencommissies, bij de verzilvering van de certificaten bij toelating tot een opleiding, niet voldoende kunnen vertrouwen op de kwaliteit van het certificaat, dit ongetwijfeld tot ongenoegen van de burger. De staatssecretaris hoopt door de komende drie jaar te werken met de nieuwe normeringssystematiek  ook de kwaliteit van de ervaringscertificaten te verbeteren.

Inspectie van het Onderwijs: Competent erkend?

De inspectie startte begin 2009 een onderzoek naar aanleiding van signalen dat de kwaliteit van EVC-procedures en Ervaringscertificaten niet boven alle twijfel verheven zou zijn. Zo zouden er risico’s zijn omdat examencommissies mogelijk met een veelheid aan procedures, werkwijzen en uitkomsten van EVC worden geconfronteerd. De inspectie onderzocht hoe het is gesteld met de kwaliteit van EVC in het hoger onderwijs en de realisatie van de landelijke afspraken die daarover zijn gemaakt. De belangrijkste vraag was of examencommissies in staat zijn verantwoorde beslissingen te nemen over vrijstellingsverzoeken van kandidaten die na EVC willen instromen in een opleiding.

De inspectie komt in haar rapport tot een achttal samenvattende bevindingen:

  1. De kwaliteit van evc moet verbeteren.
  2. Examencommissies zijn vaak onvoldoende op de hoogte en soms op ongewenste wijze betrokken.
  3. Er zijn duidelijke landelijke kaders.
  4. De kloof tussen aanbod en vraag is een risico voor de kwaliteit
  5. Het interne beleid van de EVC-aanbieders is nog niet sterk ontwikkeld
  6. De helft van de Ervaringscertificaten voldoet aan minder dan de helft van de gestelde eisen
  7. De externe beoordelaars van het EVC-aanbod zijn niet kritisch genoeg.
  8. Er was afgelopen jaren onvoldoende landelijke regie.

Volgens de inspectie zal  de kwaliteit van EVC  moeten verbeteren en moet het systeem van kwaliteitsbeoordeling door externe beoordelaars effectiever functioneren alvorens examencommissies op verantwoorde wijze beslissingen kunnen nemen over vrijstellingen en diplomering wanneer aankomende studenten zich melden met een Ervaringscertificaat.  De inspectie zal in de tweede helft van 2011 nagaan in hoeverre de kwaliteit van EVC in het hoger onderwijs is verbeterd ten opzichte van deze eerste meting.

Medio februari 2010 stuurt minister Plasterk een beleidsreactie op het Inspectie rapport naar de Tweede Kamer. In deze beleidsreactie zal ook in het bijzonder aan de positie van examencommissies aandacht worden geschonken.

Commentaar

Hobéon is initiatiefnemer van het allereerste beoordelingskader EVC. Dit kader werd in 2003 ontwikkeld samen met werkveldpartijen en sociale partners. Hobéon heeft zich vanaf het begin het uitvoeren van externe beoordelingen van EVC-aanbieders in 2004  beijverd voor doorontwikkeling van de kwaliteit van EVC-aanbieders en van kwaliteitscodes voor de externe beoordeling daarvan.

De laatste jaren is er bij alle betrokkenen in het veld, mede als gevolg van een sterke groei van EVC sinds 2007-2008 sprake van voortschrijdend inzicht.

Hobéon heeft in deze periode veelvuldig op landelijk niveau concrete voorstellen geformuleerd om met name de EVC code beter te operationaliseren. Wij zijn dan ook blij dat er sinds medio 2009 een nieuwe EVC Code van kracht is. Sindsdien werken alle partijen met een veel helderder normtekst en nu ook voor het eerst met een werkinstructie, die overigens nog steeds in ontwikkeling is.

Het is echter opmerkelijk dat in  bovengenoemde Inspectie rapportage vanuit de optiek van in feite de huidige Kwaliteitscode EVC, daterend dus van medio 2009, wordt gekeken naar externe beoordelingen die voor het overgrote deel zijn uitgevoerd in de periode met een andere, veel minder heldere en deels ook minder aangescherpte,  kwaliteitscode dan de huidige. Ons inziens een ommissie in het rapport, wij betreuren het dan ook  dat wij door de Inspectie niet de gelegenheid zijn gesteld om de reageren op een conceptversie. Deze zienswijze is door ons ook per brief kenbaar gemaakt aan de Inspectie. Mede naar aanleiding van deze brief wordt er tussen de Inspectie en Hobéon overleg gevoerd over EVC.

In de brief van de staatssecretaris stelt zij voor dat de overheid de komende drie jaren de regie zal nemen. Ons inziens is dit een logische noodzakelijke stap. Door de regierol van de overheid, die overigens geruime tijd ontbrak, kan het professioneel overleg tussen de beoordelende organisaties en de overheid vorm krijgen. Concreet kan hierbij worden gedacht aan overleg met de Projectdirectie Leren en Werken, het overheidsonderdeel ‘belast’ met EVC, over de toepassing van de EVC-code met feed back van de Projectdirectie op de beoordelingsrapportages.

Vragen?

Heeft u vragen of wilt u meer informatie over EVC, neemt u dan contact op met Fred de Bruijn via (07) 30 66 800 of f.debruijn@hobeon.nl. Op deze website kunt u onder Certificering > Organisaties > EVC aanbieders meer lezen over EVC.

Bekijk alle blogberichten