Van ondertekening SDG-Charter naar implementatie in het onderwijs

Gertie Blaauwendraad

4 maanden geleden

Het is nog tien minuten voor de afspraak begint. Ik ben wat aan de vroege kant en ik neem plaats op de bank die vlak voor zijn kamer staat. Achter de deur hoor ik een druk gepraat, wat ik later beter begrijp. Professor Rob Van Tulder1 zit niet om woorden verlegen. Hij is geestdriftig en bevlogen in waar hij mee bezig is.

Ik ben nieuwsgierig naar zijn verhaal. Ik ken Rob van Tulder van de  education of the heart symposia in 2014 en 2018 waarbij de Dalai Lama ook aanwezig was. Daar vertelde hij dat hij de vaardigheden die studenten nodig hebben voor hun studie, onderzoek en werk steeds integraler is in gaan insteken. Niet meer alleen op hoofd en handen gericht, maar juist ook op, of beter gezegd vanuit, het hart. Verder vertelde hij op het laatste symposium hoe hij samen met anderen de Social Development Goals (SDG) binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) vormgeeft.

foto van publicaties van van tulder

Eenmaal in gesprek met Van Tulder wil ik graag drie dingen van hem weten om te snappen hoe je van het onderschrijven van de SDG’s naar de implementatie ervan komt in het onderwijs:

  1. Waar staan de SDG's volgens hem voor?
  2. Wat was er voor nodig om de EUR de SDG’s te laten omarmen en implementeren? 
  3. Wat zou zijn advies aan andere hogescholen en universiteiten zijn die het SDG-charter hebben ondertekend?

Van 'avoiding harm' naar ‘doing good’

Van Tulder heeft geen tijd nodig om na te denken over de vraag waar de SDG's voor staan, hij begint direct met zijn antwoord. De SDG's staan volgens hem voor 'doing good' in plaats van voor 'avoiding harm'. Dit is een beweging die al ruim 20 jaar geleden is ingezet. De VN-commissie Brundtland kwam in 1987 met een definitie van duurzaamheid die is gestoeld op het schadebeginsel en in de geest van 'avoiding harm' is geformuleerd:

"Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen."

Het debat over duurzaamheid werd vanaf die tijd vooral gevoerd aan de hand van vragen op het gebied van ethiek en governance en was tevens sterk gericht op bewustwording. Tot aan 5 jaar geleden vroegen bedrijven zich bijvoorbeeld nog af waarom ze aan duurzaamheid zouden 'moeten doen'. Hier is iedereen inmiddels wel van doordrongen.  Duurzaamheid is inmiddels veel concreter geworden, het gaat niet meer om de 'why-vraag' maar om de 'how-to-vraag'. Bedrijven zien bovendien meer en meer de kansen die duurzaamheid hen biedt.

Zijn waarneming dat de SDGs  voor 'doing good' staan en de Brundtland definitie voor 'avoiding harm' heeft Van Tulder  gecheckt bij de 'millennium-generatie'. Hij heeft hen de Brundtland definitie voorgelegd en gevraagd of dit voor hen de kern van duurzaamheid weergeeft. De studenten vonden van niet en hebben de definitie omgebogen naar:

"Voldoen aan de behoeften van de huidige generaties en tegelijkertijd het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien versterken of verbeteren."

duimen omhoog klein

Omarming van SDG's door de EUR een intentioneel proces

De omslag die je bij bedrijven ziet ten aanzien van duurzaamheid, zie je ook bij andere organisaties. Circa 10 jaar geleden kwam het gesprek binnen de EUR op gang over de motivatie van studenten voor hun studie en over de motivatie van medewerkers om bij de EUR te willen werken. Er is destijds een 'I will ...-campagne' gestart om te achterhalen wat studenten en medewerkers drijft. Studenten en medewerkers gingen zich uitspreken door die campagne. Opvallend was dat niemand het had over 'veel geld verdienen', maar dat ze waarde wilden toevoegen aan een groter geheel. 

De EUR concludeerde dat business om alleen maar winst te maken geen goede waarde-propositie biedt, daarbij is het ook niet inspirerend. Zodoende is het motto van de Rotterdam School of Management van de EUR 'be a force for positive change in the world' geworden. Een goed motto is belangrijk, stelt Van Tulder, het maakt duidelijk wat je visie is.

Tegelijkertijd weet Van Tulder door zijn onderzoek heel goed dat je met een mooie intentie en een wereld verbeterende motivatie er nog niet bent. De weg naar de hel is ook in deze tijd nog geplaveid met goede voornemens, zegt hij tussen neus en lippen door. Hij duidt dat met de term uit de sociale psychologie 'moral self licensing' en geeft daarbij als voorbeeld dat we onze goede voornemens wel op maandag serieus nemen en daar zo dermate tevreden over zijn, dat we het de rest van de week denken te kunnen laten.

Hij concludeert dat primaire motivatie niet genoeg is om een verandering in de wereld tot stand te brengen, omdat onze motivatie daarvoor te zwak is. Wat we nodig hebben is om onze secundaire motivatie, die de lange termijn betreft, in te vullen door wat hij noemt 'reversing materiality'. Hij gebruikt daarvoor het 'materialiteitsbeginsel' uit de accountancy als uitgangspunt. Dat beginsel draait volgens Van Tulder om de vraag wat jij, de organisatie en de maatschappij nu echt belangrijk vinden. Reversing materiality houdt dan vervolgens in dat je volgens hem een punt op de – niet al te lange – horizon moet zetten waar en wie je wilt zijn en dat je dan vervolgens terug gaat redeneren wat er voor nodig is om dat te bereiken. De EUR heeft door de SDG’s te omarmen, min of meer 2030 als punt op de horizon genomen.  

Advies voor hogescholen en universiteiten die de SDG-Charter hebben ondertekend

Van Tulder moet voor het eerst in het gesprek even nadenken voor hij antwoord geeft. Vervolgens noemt hij het belang van 'agents of change'  in hoger onderwijs organisaties. Deze agents of change moeten volgens hem voldoen aan vier criteria: 1) ze moeten persoonlijk gemotiveerd zijn, 2) in onderzoek moeten ze prioriteit geven aan de SDG's, 3) zo ook in het onderwijs en 4) ze moeten in staat zijn een link te maken met de samenleving. Daarnaast moet een agent of change ook een projectmanager hebben die de agenda bewaakt, aanspreekbaar is en een spin in het web is.

Afsluitend

Aan het eind van het gesprek trekt Van Tulder zijn colbert aan waarop op zijn rever een kleurige SDG's-speld prijkt. Ik wijs er naar en stel vast dat hij zijn gedrevenheid op alle mogelijke manieren zichtbaar maakt. Hij lacht en zegt dat sommigen het SDG-verhaal een ideologie vinden, maar, en dan wordt hij wat feller, dat het is niet! We moeten de SDG’s pragmatisch vormgeven door te bedenken ‘hoe, met wie en wanneer we met de SDG’s aan de slag gaan. We moeten SDG-washing voorkomen! Ondertussen loopt hij de kamer uit, want hij wordt opgehaald om filmpjes op te nemen voor het bedrijfsleven over twee projecten waaraan hij meedoet, NRC Challenge en Duurzaam Bedrijfsleven. Door o.a. filmpjes te maken voor het bedrijfsleven – want ondernemers lezen doorgaans zijn boeken niet – ziet hij het als zijn verantwoordelijkheid de opgebouwde inzichten op het gebied van duurzaamheid concreet en implementeerbaar te maken voor het bedrijfsleven.

Concluderend

In de trein terug naar huis voel ik mij geïnspireerd en ik denk na over wat voor mij nu de belangrijkste punten uit het interview zijn als het gaat om de implementatie van SDG's in een (hoger onderwijs) organisatie. Ten eerste is dat 'get your motives right' (een boek van Van Tulder) en 'tackle de beren' die je vervolgens op je weg tegenkomt. Ten tweede dat motivaties van mensen zwak zijn, maar dat wanneer je samen een visie, een eindpunt en een strategie bepaalt, je een sterke motivatie kunt ontwikkelen. Ten derde is Van Tulder niet van 'go with the flow'. Hij hangt wel degelijk indicatoren aan de strategie zoals de filsofie van Van Tulder over de 21ste vaardigheden in zijn derde editie van Skill sheets, duidelijk maakt.

Contact

Geïnteresseerd in een gesprek over de SDG's in het onderwijs, over moreel leiderschap, meervoudige waardecreatie en/of duurzame ontwikkeling in het onderwijs? Neemt u dan contact op met Gertie Blaauwendraad via 070 30 66 800 of g.blaauwendraad@hobeon.nl


 1  Rob van Tulder is hoogleraar International Business-Society Management aan de RSM Erasmus University Rotterdam. Hij is gepromoveerd (cum laude) in sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was gastprofessor aan een aantal universiteiten en consultant voor internationale organisaties (zoals de VN, het IMF en de Europese Unie), multinationale ondernemingen, niet-gouvernementele organisaties en ministeries over de hele wereld. Hij is mede-oprichter van de afdeling Business-Society Management, een van de toonaangevende afdelingen ter wereld die studeert en doceert over de bijdrage van bedrijven en leiders aan de samenleving. Al meer dan tien jaar werkt hij samen met UNCTAD aan de jaarlijkse lijst van 's werelds grootste TNC's' (gepubliceerd in het World Investment Report). Dr. Van Tulder is momenteel ook wetenschappelijk directeur van het Partnerships Resource Centre dat de sectoroverschrijdende partnerschappen bestudeert tussen bedrijven, NGO's en de overheid voor duurzame ontwikkeling. Voor zijn werk ontving hij veel onderscheidingen, zowel de professionele als academische gemeenschap. Het werk aan training en ontwikkeling van vaardigheden heeft geleid tot de goedkeuring van zijn ideeën (zoals gepresenteerd in de Skill Sheets-formule) in een groot aantal business schools en hogescholen. In Nederland is hij in verband gebracht met de beweging 'education of the heart', die nieuwe vormen van onderwijs en vaardigheidstraining ontwikkelt die 'doel' en 'zingeving' hebben, zowel met studenten als met hun toekomstige banen.

Bekijk alle blogberichten