Toekomst van de Techniekopleidingen

Conny Ouwerkerk

5 jaar geleden

Komt Nederland in de kenniseconomie Top?

Het op diverse fronten werken aan een ‘toekomstbestendig hoger onderwijsstelsel’, heeft als doel Nederland als kenniseconomie een positie te geven in de wereldtop-5 in 2020. Die ambitie wordt inmiddels steeds concreter uitgewerkt en de eerste resultaten worden zichtbaar: 

  • De HO instellingen profileren zich meer, conform het rapport van de Commissie Veerman 'Differentiëren in drievoud'. Daarin zijn krachtige en breed gedragen adviezen gegeven voor ‘een impuls aan de kwaliteit en diversiteit’ van het Nederlandse hoger onderwijs, die nu in de prestatieafspraken tussen universiteiten en hbo-instellingen zijn gemaakt. 
  • In het hoofdlijnenakkoord 2011 tussen de HBO-raad en OCW, staan de specifieke maatregelen die de hogescholen nu nemen, om het rendement van opleidingen te verhogen, om uitval en het wisselen van studies te beperken en om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.
  • Onderwijs, onderzoek en praktijk worden sterker met elkaar verbonden en dat zien wij ook terug in de vele onderzoeksevaluaties die wij uitvoeren.
  • Diverse instellingen voor techniek sluiten met hun onderzoeks- en ontwikkelcapaciteit aan bij de regionale uitwerking van de Topsectoren, zo blijkt in toenemende mate ook uit hun profilering. 
  • Daarbij zijn over het land verspreid drie Centres of Expertise (hbo – conform het Sector Investeringsplan van de commissie De Boer, uit 2009) en vier Centra voor innovatief vakmanschap (mbo, conform het Sector Investeringsplan MBO commissie Hermans, uit 2010) gestart, waarin onderwijs en bedrijven nauw samenwerken en een eigen business model ontwikkelen dat ‘waarde biedt voor student, docent en ondernemer’.

Imago verbetering met Human Capital Agenda’s van de Topsectoren

De negen Topsectoren hebben in februari 2012 het Masterplan Bèta en Technologie ('MB&T Naar 4 op de 10’) gepubliceerd, met de lange-termijn (2025) ambitie ‘dat 40% van alle afgestudeerden een bèta- en technologische opleiding heeft genoten’. Echter, waar al jarenlang voor wordt gewaarschuwd is nu toch gaande: de komende jaren loopt het tekort aan goed geschoolde technici op tot meer dan 150.000 mensen in 2016. (NB Deze schatting is gebaseerd op een Rapport van de ROA (2011), waarin het tekort is verdeeld over de opleidingsniveaus: 61.800 laagopgeleiden, 58.000 middelbaar opgeleiden en 35.500 hoogopgeleiden). Het tekort groeit, ondanks alle inspanningen uit het verleden (onder leiding van Platform Bèta Techniek). Het achterhaalde imago van techniek opleidingen en beroepen lijkt nog steeds een grote rol te spelen bij het keuzeproces en de inzet van sociale innovatie. Sinds enkele jaren zien we nu weliswaar een groei van de techniekopleidingen (+3,5% eerstejaars en 6,5% meer gediplomeerden in het hbo), maar die blijft achter bij de algehele toename in het hoger en wetenschappelijk onderwijs en vooral bij de sector economie (ruim 170.000 studenten tegenover ruim 69.000 bij techniek).

Begin februari 2013 toonde Nederland Innoveert (NLi) aan dat starters en studenten die reeds voor techniek gekozen hebben, meer carrièreperspectief hebben dan anderen. En nu moeten alle partijen vastleggen wat zij concreet gaan doen om te voorkomen dat het huidige tekort aan technici de groei van Nederland remt.
In de Human Capital Agenda’s van de Topsectoren wordt hieraan gewerkt. Doelstellingen zijn ‘het verbeteren van de aansluiting van bedrijfsleven op het onderwijs en op het beroepsperspectief (o.a. employability en leven lang leren)’.

Techniekpact voorjaar 2013

Zo’n imago- en kennisprobleem is niet alleen in het beroepsonderwijs op te lossen. Met het Techniekpact, dat in het voorjaar 2013 onder leiding van Paul de Krom wordt gesloten tussen de werkgevers, de vakbonden en het onderwijs, pakt de overheid de handschoen ook onderwijs-breed op. Men kijkt daartoe ook naar onze oosterburen, waar volharding in breed gedragen kennisbeleid meer heeft opgeleverd dan de Nederlandse reeksen stimuleringsmaatregelen – zo blijkt uit een AWT-studie 'Vasthoudend Innoveren'. En de regio’s zijn aan zet. In voorloper regio’s, zoals Eindhoven is men al ver gevorderd; daar hebben bedrijven, onderwijspartijen en overheden uit Brainport Regio Eindhoven reeds een voorzet geschreven voor een regionale uitwerking van het Techniekpact.

Naar breed HBO Techniek-aanbod

Bij het imago probleem spelen de techniekopleidingen zelf ook een cruciale rol. Vooralsnog lijkt de meeste energie daar te gaan naar de herstructurering van het aanbod. Conform het advies van de Sectorale Verkenningscommissie HBO Techniek (Commissie Pernis, december 2011) wordt gewerkt aan vier brede bachelors waar inmiddels door een aantal instellingen ook (smallere) bestaande opleidingen voor zijn ingeleverd (zoals Fontys I, BI en TI ‘inleverde’ voor HBO-ICT). Die nieuwe brede bachelors zijn vooralsnog: HBO-ICT, Built Environment, Applied Science en Engineering. Er is sprake van dat momenteel ca. 60 opleidingen in het HTNO worden samengevoegd tot vier brede kennisgebieden, ‘opdat de ingenieur een duidelijk profiel krijgt en de verdubbeling van de techniek-uitstroom en samenwerking met bedrijven kan lukken’. De exacte uitkomsten van deze overleggen zullen door het sectorale overleg van de HBO-raad worden gepubliceerd.

Moratorium nieuwe hbo-bacheloropleidingen

Het proces van herordening is dus in volle gang. Vrij uniek is dat de sector zelf (bij monde van de HBO-raad) een moratorium per 1 januari 2013 heeft aangekondigd ‘op het door bekostigde hogescholen aanvragen van nieuwe opleidingen in het CROHO-onderdeel Techniek, vooralsnog tot het beoogde conversiemoment van
1 september 2014’. Het moratorium betreft alleen de hbo-bacheloropleidingen techniek – niet de masters of Ad’s, hoewel over die laatste groep wel gesprekken gaande zijn. 

Hardnekkige kern van inflexibiliteit in het opleidingsaanbod

Bieden zoveel commissies, rapporten en plannen nu de oplossing voor het kernprobleem van een slechte aansluiting bij de werkelijke vraag naar afgestudeerden in de arbeidsmarkt? Het structureren van het aanbod tot een overzichtelijk geheel is nog geen garantie voor een betere aansluiting. In technische termen: verstijving van de constructie leidt zelfs tot inflexibiliteit. Er is meer nodig:

A. Verandering in de ‘genen’ van opleidingen: Voor aansluiting op de vraag die buiten de huidige marge van bestaande opleidingen valt, zijn nu steeds nieuwe opleidingen c.q. uitstroomprofielen nodig – dat ervaart men als wildgroei. Met de voorgestelde geclusterde opleidingen rekt men nu die grenzen op. Daarbinnen kunnen minoren of afstudeervarianten (majors) worden ontwikkeld. Maar als de huidige opleidingen zich nu reeds inflexibel opstellen en hun curriculum niet continue aanpassen aan de huidige en toekomstige eisen van de arbeidsmarkt en de instromende studenten, zullen zij altijd terrein blijven verliezen en kritiek krijgen vanuit de praktijk. Daar helpt geen verbreding tegen – dat moet gaan zitten in de ‘genen’ van die opleidingen: in het kader en curriculum, in de didactiek en in de mensen die dat over moeten dragen, de docenten.

B. Aanvullende, ‘zachtere’ competenties voor docenten: Naar mijn inzicht moeten opleidingen en arbeidsmarkt altijd in balans blijven en aansluiten bij toekomstig beleid. Dat vergt een vorm van flexibiliteit, ondernemerschap en innovatiekracht die in de haarvaten van de onderwijsinstellingen moet zitten. Daarbij moeten docenten een grotere sensibiliteit ontwikkelen voor ‘de ander’ en de toekomstige vragen van de arbeidsmarkt en dat past momenteel minder bij het archetype technici. Opvallend genoeg zien wij bijvoorbeeld het relatiemanagement van de techniekopleidingen veelal achterblijven bij opleidingen uit andere sectoren. Dus ook binnen de eigen instellingen kan men al veel van elkaar leren.

C. Ruimte bieden aan andere doelgroepen: Openstellen voor ‘zachte’ kwaliteiten biedt nog meer perspectieven. Diverse onderzoeken wezen al uit dat een andere houding van docenten en vrouwelijke rolmodellen (zie o.a. VHTO summit 2013 ‘Op het Goede Spoor’) de techniekopleidingen ook aantrekkelijker maakt voor andere doelgroepen, zoals meisjes en vrouwen en meer creatieve leerlingen en studenten. Dan verandert het imago werkelijk en wordt tevens voorgesorteerd op een toekomst waarin iedereen moet samenwerken in co-creatie.

Tot slot

Verbreding van techniekopleidingen wordt momenteel gezien als het antwoord op de vermeende wildgroei aan nieuwe opleidingen en het wegzakken van instroom bij de oude opleidingen. Het vergt echter ook meer en vooral een aanvullende professionaliteit van de docenten. Daarbij is en blijft goed opleidingsaanbod altijd zoeken naar de juiste balans, bij de ontwikkeling van nieuwe en de herontwikkeling van bestaande opleidingen; een balans tussen vraag en aanbod, tussen de kansen en bedreigingen en tussen ideaal en realiteit.
Dat vergt meer competenties dan alleen de inhoudelijke kennis van de docenten. En als ontwerper en specialist in de ontwikkeling van opleidingen vraag ik me vaker af of men de wensen en eisen wel kent.

Meer informatie?

Voor meer informatie over bovenstaande ontwikkelingen en de ontwikkeling van (ver)nieuwde opleidingen, kunt u terecht bij Fred de Bruijn, specialist op dat gebied. Mail met f.debruijn@hobeon.nl of bel hem op (070) 30 66 800.

 

Bekijk alle blogberichten