Titulatuur in het hoger onderwijs: de spelregels

Frank Hendriks

3 jaar geleden

Graden, toevoegingen en vermeldingen

De titulatuur in het hoger onderwijs is opgebouwd uit minimaal twee en maximaal drie elementen, te weten:

  • de graad;
  • de toevoeging aan die graad;
  • een eventuele vermelding van het vakgebied of beroepenveld.

Graad

De graad is gebaseerd op het niveau van de opleiding. Of een opleiding een bachelor of master is, wordt vastgesteld bij de Toets Nieuwe Opleiding (accreditatie). Een bacheloropleiding voert logischerwijs de graad Bachelor. Een masteropleiding, of dit nu een hbo- of universitaire master is, voert de graad Master.

Toevoeging

Aan elke graad is ook een toevoeging gekoppeld. De meest bekende toevoegingen zijn ‘of Arts’ en ‘of Science’.  Maar met name in het hoger beroepsonderwijs komen nog talloze andere toevoegingen voor, zoals ‘of Education’, ‘of Design’, ‘of Business Administration’, ‘of Fine Art’, etc.

Tot 2014 waren, door een in de Tweede Kamer aangenomen amendement, de toevoegingen ‘of Arts’ en ‘of Science’ exclusief voorbehouden aan universitaire opleidingen. Het onderscheid in titulatuur tussen wo en hbo is vervolgens meer dan een decennium onderwerp van (verhit) debat geweest.

Opzet nieuwe titulatuur hbo
Met de Wet kwaliteit in verscheidenheid is uiteindelijk het verschil in titulatuur ongedaan gemaakt. In de WHW is nu opgenomen dat bij de accreditatie of toets nieuwe opleiding in het hoger beroepsonderwijs de door het instellingsbestuur voorgestelde toevoeging aan de graad wordt getoetst door de NVAO op ‘internationale herkenbaarheid’.

Leidend bij de toetsing is een referentielijst welke is vastgelegd in een ministeriële regeling. In deze lijst is per croho-onderdeel (bijv. economie, onderwijs) vastgelegd welke toevoegingen in beginsel aan de graden kunnen worden verleend.

In de toelichting bij de regeling is opgenomen dat het deskundigenpanel (commissie van deskundigen/auditteam) toetst of de toevoeging past in de internationale context. Als maatstaf moet het panel de referentielijst hanteren. Als het instellingsbestuur kan motiveren dat in een specifiek geval de referentielijst niet aansluit bij de internationale herkenbaarheid van de opleiding, kan de NVAO de voorgestelde toevoeging aan een graad van het instellingsbestuur positief beoordelen, zo stelt de ministeriële regeling. In de praktijk betekent dit dat het deskundigenpanel in deze gevallen bij de beoordeling specifiek de (inter)nationale context moet bezien en zal moeten betrekken in zijn beoordeling. De NVAO neemt vervolgens, mede op basis van het advies van het panel, een besluit.

De Vereniging Hogescholen heeft overigens in november 2014 gepleit voor aanpassing van de referentielijst.

Invoering en 70% regel
Complicerende factor is dat er bij de invoering van de nieuwe titulatuur naast de referentielijst in de ministeriele regeling nog een lijst is opgesteld, namelijk de hbo-clusterlijst. Hierin is door de NVAO feitelijk de referentielijst verder uitgewerkt tot het niveau van individuele (croho) opleidingen.

De hbo-clusterlijst is van belang voor het bepalen van het moment waarop opleidingen de nieuwe toevoegingen mogen voeren. Om te voorkomen dat gedurende een periode voor dezelfde opleiding verschillende toevoegingen worden gehanteerd is vastgesteld dat indien ten minste 70% van de opleidingen binnen een cluster is geaccrediteerd nà 1 januari 2012, de NVAO vervolgens aan het gehele cluster toestemming geeft om de toevoegingen uit de referentielijst toe te kennen.

Deze 70%-regeling is keihard. Elke student die voor het 70% moment afstudeert, krijgt de ‘oude’ titel (toevoeging aan graad). Iedereen die erna afstudeert, krijgt de nieuwe titel. Er is geen overgangsregeling en het is niet toegestaan om graden met terugwerkende kracht te verlenen.

De NVAO houdt bij welke clusters de norm van 70% zijn gepasseerd. Dit overzicht wordt maandelijks geactualiseerd en is te raadplegen op haar website.

Afwijkingen van de hbo-clusterlijst
Uit de clusterlijst kunnen opleidingen opmaken welke toevoeging aan de graad voor de betreffende opleiding volgens de NVAO van toepassing is. Als de toevoeging aan de graad die de opleiding verleent of wil verlenen overeenstemt met hetgeen is opgenomen op de hbo-clusterlijst dan zal een commissie van deskundigen (auditteam) bij accreditatie/TNO hier in de regel niet inhoudelijk bij stil staan.

Denkbaar is dat een opleiding van mening is dat toevoeging conform de hbo-clusterlijst niet passend is voor de opleiding. Bijvoorbeeld een opleiding in het economische domein die in de hbo-clusterlijst onder ‘Of Business Administration’ valt, terwijl de opleiding in kwestie ‘Of Science’ meer passend vindt. In deze gevallen kan er sprake zijn van een verschil van inzicht tussen de opleiding (instelling) en de NVAO over de indeling op de hbo-clusterlijst. Dit is een kwestie waarover in beginsel geen oordeel van een commissie van deskundigen (auditteam) noodzakelijk is.

Hierboven werd voorts reeds aangestipt dat een oordeel van de commissie van deskundigen en besluit NVAO wel noodzakelijk is in de gevallen waarin wordt afgeweken van de referentielijst. In die gevallen zal door de commissie van deskundigen en de NVAO getoetst worden of de van de referentielijst afwijkende toevoeging past in de internationale context.

Vermelding

De WHW biedt instellingsbesturen de mogelijkheid om de graden en toevoegingen aan te vullen met de vermelding van het vakgebied of beroepenveld waarop de graad betrekking heeft. Deze toevoeging is vrij te bepalen en wordt in beginsel niet getoetst bij accreditatie.

Een instellingsbestuur kan ervoor kiezen een vermelding van het vakgebied of het beroepenveld toe te voegen aan de titulatuur (bijv. ‘in mediastudies’, ‘in accountancy’, ‘in projectmanagement’), maar dit is geen verplichting.

Vragen of opmerkingen?

Heeft u naar aanleiding van deze bijdrage vragen of opmerkingen over het gebruik van titulatuur in het hoger onderwijs? Neemt u dan contact op met mr. Frank Hendriks, senior adviseur, via (070) 30 66 800 of mail met f.hendriks@hobeon.nl

Bekijk alle blogberichten