Praktijkgericht onderzoek: wat kwaliteit je kan brengen…

Inge Ville

1 week geleden

We kunnen toch wel zeggen dat het praktijkgericht onderzoek inmiddels behoorlijk goed is ingeburgerd in het hoger beroepsonderwijs. Bij alle bekostigde hogescholen zijn er één of meerdere onderzoekseenheden, waarbinnen lectoren, docentonderzoekers, promovendi en studenten, samenwerken met het werkveld en onderzoek uitvoeren.

Bij de externe evaluatie van een kenniscentrum, lectoraat of anders gedefinieerde onderzoekseenheid maakt de desbetreffende visitatiecommissie gebruik van het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016-2022 (BKO). Het BKO bestaat uit vijf standaarden:

  1. De onderzoekseenheid heeft een relevant, ambitieus en uitdagend onderzoeksprofiel en een onderzoeksprogramma met bijbehorende doelen die zijn geoperationaliseerd in een aantal indicatoren.
  2. De wijze waarop de eenheid is georganiseerd, de inzet van mensen en middelen en de interne en externe samenwerkingsverbanden, netwerken en relaties maken de realisatie van het onderzoeksprofiel mogelijk.
  3. Het onderzoek van de onderzoekseenheid voldoet aan de standaarden die in het vakgebied gelden voor het doen van onderzoek.
  4. De onderzoekseenheid realiseert voldoende relevantie op het gebied van (i) de beroepspraktijk en de samenleving, (ii) onderwijs en professionalisering en (iii) kennisontwikkeling binnen het onderzoeksdomein. Het onderzoek heeft in voldoende mate impact op de hiervoor omschreven gebieden.
  5. De onderzoekseenheid voert regelmatig en systematisch evaluatie uit van de onderzoeksprocessen en resultaten. Aan de uitkomsten daarvan verbindt de onderzoekseenheid waar nodig verbeteringen.

Ook voor de adviespraktijk kan het BKO van pas komen. Een kenniscentrum dat het BKO volgt, creëert daarmee een vrij duurzame inrichting van de onderzoekseenheid binnen de hogeschool. Hiertoe is het van belang de inhoud even los te laten en te kijken naar de organisatiestructuur en de inrichting. Dat kan best een uitdaging zijn, want in een kenniscentrum werken vaak verscheidene lectoren en onderzoekers samen en zij zijn vaak sterk gericht op de inhoud. Dit brengt het risico met zich mee dat iedereen zijn eigen ‘winkel’ draait, maar dat de gezamenlijke programmering niet zo goed van de grond komt.

Het BKO kan als instrument dienen om met elkaar afspraken te maken over diverse thema’s, zoals de programma’s die bijdragen aan de profilering en waaraan de lectoren en onderzoekers gezamenlijk met elkaar zullen werken. En denk ook aan overeenstemming over de indicatoren op het gebied van input, producten, gebruik en waardering. Wat zijn voor een kenniscentrum belangrijke indicatoren? Waar word je – met elkaar – blij van? En tegen welke (kwalitatieve/kwantitatieve) meetlat wil je de eigen prestaties aanleggen waar het gaat om de doorwerking naar de drie prestatiegebieden (beroepspraktijk/samenleving, onderwijs/professionalisering en kennisontwikkeling). Wanneer ben je tevreden? Op basis waarvan bepaal je dat? En hoe weet je of bijstelling van de koers nodig is om de geambieerde doorwerking te realiseren? Dit is de basis van de eigen PDCA cyclus.

“Het BKO geeft structuur, maar laat voldoende ruimte voor een eigen invulling.”

Het antwoord op bovenstaande vragen, kan bovendien richting geven aan de positionering en inrichting van de onderzoekseenheid. Is bijvoorbeeld het doel van een onderzoekseenheid (en/of van de hogeschool) om iedere student deel te laten nemen aan een lectoraatsonderzoek, dan betekent dit iets voor de inrichting van zowel onderzoek als onderwijs. Streeft een onderzoekseenheid in het kader van kennisontwikkeling naar een publicatie in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift, dan komt het netwerk van universitaire partners die wellicht kunnen bijdragen aan het realiseren van deze ambitie in beeld. En zo is het BKO niet alleen een ‘beoordelingskader’, het is ook een instrument om de inrichting van de onderzoekseenheid zo neer te zetten dat het ondersteunend is aan de geformuleerde doelen en indicatoren en op die manier ook te managen is.

De rijkdom van praktijkgericht onderzoek vind ik prachtig. Als het goed is ingericht en georganiseerd, draagt het bij aan de kwaliteit van het onderwijs, vergroot het de innovatiekracht en de kwaliteit van het werkveld en resulteert het in nieuwe kennis en inzichten.

Mijn ervaring is dat programmamanagement helpt bij het inrichten van de onderzoekseenheid. Hobéon heeft een brede scope als het gaat om het inrichten van onderzoekseenheden bij hogescholen en veel ervaring met programmamanagement. Als u de structuur van de onderzoekseenheid wilt verbeteren om zo de onderzoeksinhoud meer kansen te geven om zich te ontwikkelen, denk dan eens aan Hobéon Advies. Die denkt graag met u mee, zodat de inrichting van het onderzoek beheersbaar is en blijft.

Bekijk alle blogberichten