Plasterk handhaaft binariteit in titulatuur wo/hbo

Frank Hendriks

9 jaar geleden

Het verschil van inzicht over titulatuur in het hoger onderwijs hangt samen met de bestaande binariteit. Het is thans alleen toegestaan om een BA/MA of BSc/MSc graad af te geven voor een met succes voltooide wo bachelor- of masteropleiding. Hogescholen mogen alleen de graad bachelor/master verlenen met daarbij een (vakgebiedspecifieke) toevoeging. Op dit systeem bestaat de nodige kritiek. In deze bijdrage enkele observaties terzake en een analyse van het voorstel van minister Plasterk.

Wettelijk kader

De WHW lijkt op het eerste gezicht duidelijk.  Aan wetenschappelijke opleidingen wordt bij afronding aan de graad bachelor of master afhankelijk van het vakgebied de toevoeging ‘of arts’ of ‘of science’ gevoegd. Via een ministeriële regeling kan voor een opleiding een andere toevoeging (dan ‘of arts/of science’) worden vastgesteld. Deze regeling voorziet thans  maar in één uitzondering, namelijk de Bachelor en Master of Laws.  Aan een bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs wordt aan de graad bachelor een door het instellingsbestuur te bepalen toevoeging verbonden.  Die toevoeging mag niet zijn ‘of arts’ of  ‘of science’.

Casus Bachelor of Laws

De graad Bachelor of Laws is dus zowel  aan de wo-bacheloropleiding rechtsgeleerdheid, als aan de hbo-bacheloropleiding HBO-Rechten verbonden. In de praktijk leidt dit niet tot onduidelijkheid. Voor werkgevers is immers op papier (en in de praktijk) het verschil tussen de hbo en wo jurist duidelijk. Voor studenten bestond bij aanvang van de opleiding HBO-Rechten nog wel eens de veronderstelling dat men met deze opleiding advocaat kon worden in 4 jaar. Uit de ervaring die Hobéon heeft met het beoordelen van opleidingen HBO-Rechten in het kader van de her-accreditatie komt echter naar voren dat instellingen op dit vlak veel aan verbeterde voorlichting doen. In de praktijk leidt eenzelfde graad dus niet tot onduidelijkheid.

Ook in wetgeving wordt niet aangeknoopt bij de graad, maar bij de aard van de opleiding (hbo of wo).  Dit is bijvoorbeeld het geval bij de regeling inzake toetreding tot gereglementeerde juridische beroepen. In deze regeling is bepaald dat HBO-juristen pas na het voltooien van een schakelprogramma en een wo-master toegang krijgen tot beroepsopleidingen voor advocaten en rechterlijke macht.

Uit de casus Bachelor of Laws kan derhalve worden geconcludeerd dat ook in het geval hogescholen en universiteiten voor bacheloropleidingen exact dezelfde graden kunnen verlenen er in de praktijk (en regelgeving) voldoende ruimte is om het onderscheid tussen beroepsonderwijs enerzijds en wetenschappelijk onderwijs anderzijds duidelijk te maken.

Casus Business Administration

In Nederland worden talloze bachelor- en masteropleidingen op het gebied van business administration aangeboden. Zowel hbo als wo instellingen werven bijvoorbeeld met een master(opleiding) business administration. De student volgt naar zijn/haar overtuiging een MBA. Het verschil tussen verschillende aanbieders zal in de regel duidelijk zijn, niet in de laatste plaats met dank aan de verschillende rankings van deze opleidingen.

Het is ten aanzien van MBA’s opmerkelijk dat er in het geheel geen eenduidigheid lijkt te bestaan over de graad die aan deze opleidingen is verbonden. Dat is temeer opmerkelijk daar in toenemende mate aan alle MBA’s, ongeacht of deze worden aangeboden door een hogeschool of universiteit, dezelfde eisen worden gesteld bij een accreditatie door de NVAO. Daarbij is in mindere mate een wetenschappelijke of beroepsmatige orientatie (hbo of wo dus) leidend. Waar wel veel aandacht aan wordt gehecht is het internationale referentiekader waarbinnen deze opleidingen opereren. Met name wordt daarbij gedoeld op een vergelijking met de standaarden van de AACSB (USA) en de Association of MBA’s (VK) .

Waar MBA opleidingen dus in toenemende mate langs één en dezelfde meetlat worden gelegd verschilt echter de graadverlening. Een MBA opleiding wordt  in Nederland namelijk, in tegenstelling tot hetgeen internationaal gangbaar is, niet standaard afgerond met een graad Master in Business Administration. Een korte inventarisatie van NVAO besluiten leert dat een MBA aan een universiteit  kan worden afgerond met een Master of Science (MSc) of een Master of Business Administration (MBA). Een MBA gevolgd aan een hogeschool kan worden afgerond met een Master of Business Administration (MBA),  Master (M) of Master met een vakspecifieke toevoeging. Deze graden zijn overigens niet in alle gevallen in overeenstemming met hetgeen wettelijk is vereist.

Afwijking van hetgeen  internationaal gangbaar is

Opmerkelijk is dus dat de opleiding waarvan de graad het meest in het spraakgebruik is ingeburgerd in Nederland niet met die graad hoeft te worden afgesloten. Het is opmerkelijk dat de universiteiten, in hun streven om de binariteit in stand te houden en zich te onderscheiden van de hogescholen, angstvallig vast houden aan de BA/MA en BSc/MSc graden. Dit terwijl deze voor de onderliggende opleidingen waarvoor de graden worden uitgereikt lang niet altijd internationaal de meest gangbare zijn. Of studenten van de betreffende universiteit hier uiteindelijk mee gebaat zijn valt nog te bezien.

Hogescholen daarentegen kunnen nu reeds voor een deel van de titulatuur aansluiten bij hetgeen internationaal gangbaar is.  OCW wijst hier ook op, dit in navolging van de expert commissie. Genoemde voorbeelden zijn de Bachelor of Business Administration, Bachelor of Education, Bachelor of Fine Arts, Bachelor of Nursing, Bachelor of Social Work, Bachelor of Laws en Bachelor of Engineering. De genoemde graden kunnen echter niet worden verbonden aan een succesvolle afronding van een wetenschappelijke opleiding.

De hogescholen willen in de toekomst graag ook de graden BA/MA en BSc/MSc uit kunnen reiken. Eventueel is men bereid ook te volstaan met de genoemde graden met daarbij een vakgebied specifieke toevoeging. Dit laatste opent  de mogelijkheid om alle internationaal gangbare titels uit te reiken, met uitzondering van BA/MA en BSc/MSc sec.

De Nederlandse polderoplossing

De discussie over graadverlening zit, mede gezien de ook voortslepende discussie over binariteit, al enige jaren in een impasse. In een poging de impasse te doorbreken lanceerde minister Plasterk begin dit kalenderjaar het idee om de graden Bachelor of Applied Arts en Bachelor of Applied Sciences, en de bijbehorende afkortingen BAA en BASc, te introduceren als een invulling voor de hbo-titulatuur. De graad BASc wordt alleen voorgesteld voor opleidingen in het domein landbouw, techniek en economie. Alle andere opleidingen kunnen een graad Bachelor of Applied Arts verlenen.

De commissie van experts welke de minister over dit voorstel adviseerde is van mening dat voorstel consistent met de internationaal geaccepteerde naamgeving van hogescholen, Universities of Applied Sciences. Kanttekening van de commissie hierbij was dat dit in veel mindere mate  -niet zo zou ik wil zeggen- geldt voor  de graad Bachelor of Applied Arts.

De commissie wees er voorts op dat de voorgestelde graden internationaal gezien enige aansluiting vinden in het Angel-Saksische systeem, vooral in Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Aan de andere kant is het volgens de commissie niet zo dat deze graden in internationaal verband worden gebruikt als aanduiding voor een duidelijk afgebakende categorie van opleidingen. Verder zijn ze vooral in Europa niet erg gangbaar, hetgeen de aansluiting met de European Higher Education Area misschien bemoeilijkt, in ieder geval niet bevordert aldus de commissie.

Deze toch niet al de positieve zienswijze over het voorstel weerhield de minister er niet van om te concluderen dat zijn voorstel meerwaarde heeft ten opzichte van de huidige situatie.

Reacties VSNU, hbo-raad en VNO-NCW/MKB Nederland

De VSNU reageerde hierop positief. De titels Bachelor of Applied Arts (BAA) en Bachelor of Applied Science (BASc) doen volgens de VSNU recht aan het onderscheid tussen een wetenschappelijke en een hoger beroepsopleiding. Hiermee is voldaan aan de belangrijkste voorwaarde die de VSNU altijd aan de hbo-titulatuur heeft gesteld.

De hbo-raad reageerde daarentegen teleurgesteld. Met de minister deelt de hbo-raad de zienswijze dat er de hogescholen in het buitenland een ‘positioneringsprobleem’ hebben. Over de oplossing van dit probleem verschilt men echter van mening. De hogescholen zien, i.t.t. de minister, juist een belangrijke rol voor een adequate benaming van graden. Ook wezen de hogescholen erop dat zij nu reeds de mogelijkheid hebben om de betreffende graden te verlenen.

VNO-NCW en MKB Nederland branden zich in een zienswijze over deze kwestie niet de vingers aan het binaire onderscheid in de graden. Wel pleit men er voor dat de instellingen de benamingen aan graden kunnen toekennen. Dat de student later de vrijheid heeft om op zijn visitekaartje alleen de aanduiding BAA of BASc te zetten, laat volgens VNO-NCW onverlet dat transparantie naar de arbeidsmarkt ermee gediend is dat op het diploma de meer informatieve graadaanduiding wordt gebruikt.  De vraag kan overigens worden opgeworpen waarom VNO-NCW niet een gelijksoortige zienswijze hanteert ten opzichte van de wo bachelor en masteropleidingen.

Reactie OCW en beoordeling

Zoals in de inleiding van dit bericht  aangegeven is  OCW niet voornemens om van het voorstel af te wijken.Hieronder bespreek ik kort de reactie, voorzien van enkele kanttekeningen mijnerzijds.

In reactie op de kritiek dat de hogescholen de ‘nieuwe’ graden ook nu reeds mogen verlenen wijst Plasterk erop dat de mogelijkheden voor afgestudeerden worden verruimd omdat zij in de toekomst, naast de huidige mogelijkheid om de graad die de instelling afgeeft, ook kunnen kiezen voor het gebruik van de graden BAA of BASc. Mij ontgaat de toegevoegde waarde van deze keuzeruimte.De genoemde graden zijn alleen in een beperkt aantal gebieden (chemie, medische technologie) thans interessant. Juist op deze gebieden worden de betreffende graden echter al verleend, studenten kunnen deze graden dus al voeren.

Gezien het feit dat de commissie van experts al aangaf dat de graden BAA en BASc op andere terreinen niet aansluiten bij de gangbare graadverlening en dus ook  in het buitenland nauwelijks herkenning oproepen is het twijfelachtig of studenten zullen overgaan tot het voeren van deze graden.  Een student met bijvoorbeeld een graad Bachelor of Engineering welke in het buitenland ook de graad Bachelor of Applied Science gaat voeren roept wellicht meer vragen op dan dat hij duidelijkheid verschaft.

Plasterk toont zich ook geen voorstander van het voorstel van de hbo-raad om hogescholen gebruik te laten maken van de graden BA/MA en BSc/MSc, eventueel met toevoeging van het vakgebied. Dit voorstel doet volgens OCW geen recht aan het binaire onderscheid tussen en hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs; de helderheid en transparantie van ons hoger onderwijs wordt daarmee niet gediend. Daarbij speelt volgens OCW ook een rol dat in de praktijk niet gegarandeerd kan worden dat het toe te voegen vakgebied gebruikt zal worden.

Interessant is  het voorstel van Plasterk om de lijst van de door de hbo-raad aanbevolen graden met de hbo- raad door te nemen om te bezien waar de eenduidigheid en helderheid kan worden vergroot. Dat zou dan via een ministeriële regeling kunnen worden geregeld aldus Plasterk. Ik versta deze suggestie als een inperking van de huidige vrijheid van hogescholen om zelf de toevoeging te geven op de graad bachelor of master ten faveure van een vastgestelde graad (in een ministeriële regeling) voor een opleiding of groep van opleidingen.

Ondanks dat alle partijen op zich wel zijn gebaat bij een eenduidigheid in de graadverlening lijkt het mij stug dat hogescholen zich in de wetgeving toegekende rechten om zelf een toevoeging te formuleren op een graad aan de achterkant via een ministeriële regeling weer laten ontnemen.

Mocht het zo zijn dat het ministerie en de hbo-raad hierboven wel afspraken maken dan dienen daarbij ook de aangewezen instellingen te worden betrokken. De graden gelden immers voor alle hbo- bacheloropleidingen en niet alleen voor de bekostigde hbo-bacheloropleidingen.

Concluderend is er vanuit OCW duidelijk nee tegen het standpunt van de hbo-raad; of zo u wilt een eclatant ja tegen de zienswijze van de VSNU.  Dat is jammer, want met de huidige patstelling in het titulatuur debat is niemand - en zeker niet de student- gebaat.

Update 16 juni 2009

Scienceguide bericht dat CDA en PvdA inzetten op het doordrukken van een oplossing in het debat over het wetsvoorstel versterking besturing.  Volgens Scienceguide wordt daarbij gekozen voor het toevoegen van domeinen aan de graden bachelor of arts/science (bijv. bachelor of arts in education). De NVAO zou in de toekomst, gelijk het voorstel van de expert commissie, moeten toetsen in hoeverre de hogescholen een nieuwe titel zouden kunnen toekennen.

In het wetsvoorstel versterking besturing was overigens al voorzien in een adviesbevoegdheid voor de NVAO. In haar besluit op een toets nieuwe opleiding zal de NVAO in de toekomst aangeven welke CROHO onderdeel voor de opleiding naar zijn oordeel passend is voor de opleiding. Met de indeling in het CROHO hangt vervolgens samen of de toevoeging ‘ of arts’ of de toevoeging ‘ of science’ aan de graad wordt verleend.

Zodra het verslag van het overleg over het wetsvoorstel openbaar wordt leest u hier meer over de ingediende voorstellen en ontwikkelingen van het wetsvoorstel.

Bekijk alle blogberichten