Impact van privacyregelgeving voor examencommissies

Pieter Huisman

3 weken geleden

Uitspraak van het Europese Hof over privacy

Examencommissies hebben een belangrijke taak in het borgen van de toetsing en examinering van de opleiding. Daarbij moet worden geopereerd in een ingewikkeld en steeds veranderend juridisch speelveld. Intern gaat het om het beleid of richtlijnen die bijvoorbeeld vanuit het instellingsbestuur worden opgesteld. Extern gaat het om wijzigingen in de WHW, of om uitspraken van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs. Die uitspraken geven een uitleg aan bepaalde open begrippen in de WHW, en corrigeren soms ook het beleid van de instelling of eerdere uitspraken van het College van Beroep voor de Examens (zie bijvoorbeeld over het begrip persoonlijke omstandigheden mijn blog over examencommissie en studentenstress

Er zijn echter ook uitspraken van rechters waar examencommissies in eerste instantie misschien niet zo op bedacht zijn. Een van die uitspraken betreft een oordeel van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, gewezen eind 2017, in het kader van de uitleg van de Europese privacyrichtlijn. Vanaf 25 mei 2018 gelden de regels van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De definitie van ‘persoonsgegevens’ is in de AVG hetzelfde als in de Europese richtlijn. Het recht van toegang tot de gegevens, in de AVG het ‘recht van inzage’ genoemd, is onder de AVG aangescherpt.

Het ging in de bovengenoemde casus om een examen afgelegd in Ierland voor een accountantsopleiding. De betreffende kandidaat zakte viermaal voor zijn examen en hij diende een klacht in tegen het examenresultaat. De klacht werd verworpen waarop hij een verzoek deed om toegang te krijgen tot alle persoonsgegevens die de beroepsorganisatie voor accountants/belastingadviseurs over hem had. Hij kreeg verschillende documenten, maar men weigerde hem zijn schriftelijke examenwerk toe te sturen. Volgens het exameninstituut betrof dit examenwerk geen persoonsgegevens.

touw trekken 2 groot

Het Europese Hof denkt daar anders over. De schriftelijke antwoorden van de kandidaat én het commentaar van de docent zijn persoonsgegevens. Niet alleen ‘gevoelige’ informatie, zoals bijvoorbeeld over iemands gezondheid, valt binnen het bereik van de richtlijn, de inhoud van de antwoorden op het examen weerspiegelt “namelijk het niveau van de kennis en de vaardigheden van de kandidaat op een welbepaald gebied, en eventueel ook zijn gedachtegang, oordeel en kritische geest. Bij een schriftelijk examen bevatten de antwoorden bovendien informatie over zijn handschrift”, aldus het Hof. Bij de beoordeling wordt een evaluatie gemaakt van de beroepsbekwaamheden van de kandidaat en diens geschiktheid om het betrokken beroep uit te oefenen. Het heeft dus impact op de rechten en plichten van de student. Dat het commentaar van de examinator ook persoonsgegevens zijn, mag volgens het Hof geen afbreuk doen aan rechten van de kandidaat; het gaat immers niet om gegevens over de examinator, maar om die van de student.

Impact op het beleid van de instelling

Wat is het effect van deze uitspraak? Door deze uitspraak is duidelijk dat een student recht heeft op inzage en (binnen een bepaalde tijd) verwijdering van zijn persoonsgegevens als de examenprocedure definitief is afgesloten. Er is ook het recht op het rectificeren, in de zin dat een student moet kunnen controleren of de examenkopieën niet zijn verwisseld en of er geen antwoordbladen missen.

Deze uitspraak kan en heeft in de praktijk consequenties voor de richtlijnen rond inzage van gemaakte tentamens. Zo lijkt een beleid waarbij een student slechts éénmaal op een bepaald tijdstip inzage krijgt onder deze uitspraak niet langer houdbaar. Hoe inzage moet worden gegeven geeft het Hof niet precies aan, maar aan te nemen is dat het louter kennisnemen van de antwoorden (en commentaar) zonder het mogen maken van een kopie, niet langer houdbaar is. Dit blijkt ook uit een recente zaak voor de Nederlandse rechter waarbij is bevestigd dat examenresultaten persoonsgegevens zijn en dat een kopie van de antwoorden en commentaar van examinator moet worden verstrekt. Voor alle duidelijkheid: examenvragen (die vanuit de instelling komen) zijn geen persoonsgegevens, en daar is dus geen inzage- of kopierecht. Uiteraard heeft de student in het kader van zijn privacyrechten niet het recht om een fout antwoord in een goed antwoord te rectificeren.  

Deze uitspraak kan en heeft in de praktijk consequenties voor de richtlijnen rond inzage van gemaakte tentamens.

Naar aanleiding van deze uitspraak en andere implicaties van de AVG (zijn bijvoorbeeld examencommissies mede verantwoordelijk voor het voorkomen van ‘datalekken’?) zullen examencommissies zich ook moeten gaan oriënteren op terreinen van beleid- en regelgeving die buiten het kerndomein van onderwijs en examinering vallen. Anticiperen is ook hier beter dan repareren.

Training examencommissies hoger onderwijs

Op 27 november 2019 verzorgt Pieter Huisman samen met collega Hans Stoltenborg een actualiteitencursus voor leden van examencommissies. Er is nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Meer informatie en inschrijven: Training examencommissies hoger onderwijs 2019.

Vragen of opmerkingen?

Heeft u vragen over de juridische compliance van uw instelling met de WHW? Of wilt u meer weten over onze (juridische) dienstverlening met betrekking tot examencommissies? Neemt u dan contact op met Pieter Huisman, senior adviseur en bijzonder hoogleraar onderwijsrecht, via (070) 30 66 800 of mail met p.huisman@hobeon.nl

 

Bekijk alle blogberichten