Hoe kom je nu eigenlijk tot een keurmerk? Een kijkje achter de schermen bij de ontwikkeling van het keurmerk ONA

Inge Otto

3 weken geleden

Heeft u, of uw organisatie/sector, wel eens overwogen om een keurmerk te ontwikkelen? Wat komt daar eigenlijk bij kijken? Wij besloten het één van onze adviseurs, Ellen Andela, te vragen. Wat zijn haar ervaringen hiermee? Andela was samen met collega Hans Stoltenborg lid van het ontwikkelteam dat het ONA-keurmerk ontwikkelde. Zij geeft ons een kijkje achter de schermen in de opbouw en het (tijds)verloop van het traject, de valkuilen en de succesfactoren waarmee haar ontwikkelteam te maken had. Ook reflecteert ze op de waarde van zo’n ontwikkeltraject voor betrokkenen, en denkt zij mee over redenen om juist wel of juist niet een keurmerk te ontwikkelen.

Een keurmerk in de kinderschoenen: het ontwikkelproces

Andela vertelt dat het ONA-keurmerk tot stand kwam in grofweg vijf etappes (zie Figuur 1 voor een overzicht van ontwikkelproces). In de vorm van een gezamenlijke verkenning tussen de opdrachtgever en Hobéon, gaat het traject in januari 2017 van start. De aanleiding is in dit geval een vraag van de Stichting Blik op Werk, een onafhankelijke kwaliteitsorganisatie op het gebied van duurzame arbeidsmarktparticipatie en inburgering. Blik op Werk wil dat aanbieders van inburgeringstrajecten zorgen dat hun docenten een bepaalde opleiding voltooien: de opleiding ‘Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt’ (ONA). Inburgeraars leggen namelijk, als deel van het inburgeringsexamen, het gelijknamige examenonderdeel ‘Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt’ af. Die ONA-opleiding voor docenten moet wel voldoen aan de kwaliteitseisen. Daarom vraagt Blik op Werk Hobéon met hen een beoordelingskader te ontwikkelen waarmee de kwaliteit van de ONA-opleidingen objectief beoordeeld kan worden.

In het vervolgtraject gaat Andela met de opdrachtgever en een stuurgroep van Blik op Werk – welke bestaat uit externe experts uit de inburgeringsketen – aan de slag met het vormgeven van het beoordelingskader; in een ontwikkelteam dus. Als uitgangspunt gebruiken zij het kader van het Hobéon Keurmerk voor Kwaliteit. Zij vormen dit om tot een eigen kader, en stellen bijvoorbeeld vast dat de vertaling van het competentieprofiel van de ONA-docent naar onderdelen van het lesprogramma een onderdeel moet zijn van het ONA-kader. Zodra het nieuwe ONA-kader definitief vastgesteld wordt door alle betrokken partijen, wordt de certificeringsprocedure opengesteld. Vanaf dat moment melden geïnteresseerde opleidingen zich aan, en laten zij zich beoordelen door een auditor van Hobéon.

In de laatste etappe, zo vertelt Andela, bespreekt ze tijdens een evaluatiegesprek algemene ontwikkelpunten met Blik op Werk. Dit zijn punten die haar opvielen tijdens de bezoeken aan de ONA-opleidingen, en die zij ter reflectie teruggeeft aan de opdrachtgever. In dit stadium – d.w.z. met de afronding van de ontwikkelfase, het in gebruik nemen van het kader om te certificeren, en de evaluatie – is het keurmerk volgens Andela ‘volwassen’. Voor bijstelling en ontwikkeling van het kader blijven Blik op Werk en Hobéon trouwens samenwerken, ook na deze evaluatie.

We vroegen Andela welke elementen het ontwikkeltraject kunnen bemoeilijken (‘valkuilen’) en wat het juist vergemakkelijkt (‘succesfactoren’).

arrow_ona_2.png

 Figuur 1. Het ontwikkelproces van het ONA-keurmerk in vijf etappes. 

 

Pas op voor valkuilen: ken de keten

Volgens Andela is het belangrijk om goed scherp te krijgen wat het doel is van de certificering en hoe de keten in elkaar steekt. In het geval van het ONA-keurmerk bleken de opleidingen onderdeel te zijn van een complex systeem. Het was een flinke uitdaging voor het ontwikkelteam om goed zicht te krijgen op de keten waarin de opleidingen één schakel vormen. ”Soms blijkt tijdens een gesprek dat je als ontwikkelteam niet met de juiste mensen aan tafel zit; omdat zij buiten de keten blijken te vallen’’, aldus Andela. Door zo’n signaal neem je een stap terug, en probeer je met elkaar opnieuw de keten te definiëren. Voor het creëren van draagvlak is het van belang dat je met cruciale ketenpartners aan tafel komt.

Succesfactoren: ketenoverleg & gezamenlijke motivatie

Wanneer Andela terugblikt op het ontwikkelproces van het ONA-keurmerk, ziet zij twee succesfactoren. Ten eerste lijkt de mate waarin het de ketenpartners lukt om zich gezamenlijk te organiseren een belangrijke factor. Wanneer er structureel overleg in de keten plaatsvindt, kunnen de ketenpartners (informeel) in gezamenlijkheid aan kwaliteit werken (bijv. aan de evaluatie van werkvormen, aan het curriculum, of versterken van de aansluiting met het werkveld). Het gesprek over kwaliteit vindt dan al plaats, en zodra je dit gesprek gaat formaliseren (via een beoordelingskader en certificering) is de sprong voor betrokkenen kleiner. De tweede succesfactor is volgens Andela de gedrevenheid van de betrokken partijen. Ze legt uit: ‘Bij ONA had iedereen het beste voor met de inburgeraar; dat gold voor echt alle betrokken partijen uit de keten. We hadden allemaal hetzelfde doel. Ik merkte dat dát de ontwikkeling van het keurmerk tot een succes maakte’.

Waarde van het ontwikkelproces

Het samen ontwikkelen van een keurmerk zoals ONA levert voor de betrokken partijen vaak meer op dan sec een keurmerk, aldus Andela. ‘De ketenpartners stappen in een bewustwordingsproces. Zij kijken even buiten hun eigen ‘operatiegebied’, buiten hun normale scope. En doordat zij op papier moesten zetten hoe zij  het beoordelingskader wensen vorm te geven, kregen zij een bepaalde structuur en inzicht mee. Een resultaat hiervan is dat zij nu anders kijken naar de eigen organisatie, en de eigen werkzaamheden,’ zo bleek uit de evaluatie. Ook voor Andela zelf leverde het traject iets extra’s op; zij kreeg inzicht in de kwaliteit van opleidingen in deze sector met zijn specifieke krachtenveld.

Wel/niet een keurmerk ontwikkelen?

Tot slot: wat zijn volgens Andela tips voor als je ook een keurmerk wilt ontwikkelen? ‘Het is belangrijk om eerst goed na te gaan waarom je (je organisatie/je sector) dit zou willen doen,’ adviseert ze. Afhankelijk van het doel dat je hebt, kan certificeren een logisch, maar ook een minder logisch middel zijn. Via een keurmerk maak je met elkaar een systeem om constant aan kwaliteit te werken. In het geval van ONA, was het doel ook om aan de wettelijke eisen te voldoen. Sinds 1 januari 2018 geldt dat aanbieders van inburgeringscursussen ervoor dienen te zorgen dat minimaal 80% van de docenten een ONA-opleiding moet hebben gevolgd die voldoet aan de vooropgestelde kwaliteitseisen. Er zijn natuurlijk alternatieven. Zo is het ook mogelijk om zelf een open-overleg structuur te creëren met ketenpartners, en heldere kwaliteitsafspraken met elkaar te maken.

Meer informatie?

Zou u willen aftasten of een keurmerk een nuttig middel voor kwaliteitsborging bij uw organisatie kan zijn? Neem gerust contact met Ellen Andela of bel haar via  (070) 3066800.

Bekijk alle blogberichten