Het mbo excelleert

Marvin Leerdam

3 jaar geleden

Er zijn zeven landelijke beleidsthema’s. Een van die zeven thema’s is excellentie in het mbo. In het primair, voortgezet en hoger onderwijs wordt al enige jaren aandacht besteed aan excellentie. Met de kamerbrief Ruim baan voor vakmanschap geeft de minister van OCW een extra impuls van 24 mln aan excellentie in het beroepsonderwijs. Excellentie in het mbo is gericht op vakmanschap en hoeft niet enkel gericht te zijn op het cognitieve deel van de opleiding. Excellentie wordt in praktijk gebracht door nieuwe werkvormen, ondernemerschap, meester-gezeltrajecten, deelname aan vakwedstrijden, internationalisering of door het opzetten van honourstraject. Recent zijn een aantal vakscholen gestart met de eerste trajecten.

In het excellentieplan, als onderdeel van het kwaliteitsplan wordt aan de mbo-scholen gevraagd aandacht te besteden aan ambitie en visie op excellentie, uitvoerbaarheid en haalbaarheid en draagvlak en kennisdeling. Opvallend is dat de kwaliteitsborging van excellentie programma’s beperkt wordt benoemd door OCW. Ervaringen uit het hoger onderwijs leren dat kwaliteitsborging essentieel is voor het succes, draagvlak en externe legitimering van excellentieprogramma’s. De wijze waarop deze scholen hun excellentieprogramma’s realiseren en passende kwaliteitsborging organiseren steunt op een aantal bouwstenen.

Bouwstenen voor excellentieprogramma’s

Startpunt voor excellentieprogramma’s is dat de scholen uitgaan van het eigen onderwijsprofiel en hun eigen visie op excellentie in het beroepsonderwijs. Bij het formuleren van de eigen visie op excellentie zijn de landelijke kaders relevant, maar de regionale context, eigen visie op goed beroepsonderwijs, de behoefte en het draagvlak van het regionale bedrijfsleven zijn meer bepalend voor de visie op excellent beroepsonderwijs. Andere belangrijke bouwstenen voor de excellentieprogramma’s zijn:

  • Excellente docenten: hoe worden docenten betrokken bij het opstellen van het excellentiebeleid en de doorvertaling naar de onderwijspraktijk. Aandacht voor professionalisering is cruciaal. Daarnaast moeten docenten ook gefaciliteerd worden in tijd voor professionaliseren, het opzetten van activiteiten en moeten zij nieuwe werkvormen in het onderwijs kunnen uitproberen.
  • Meerwaarde en relatie met het werkveld: samenwerking met het werkveld is belangrijk om de meerwaarde van excellentieprogramma’s aantoonbaar te maken. De meerwaarde is drieledig: bedrijven krijgen beter opgeleide en gemotiveerde vakmensen, studenten krijgen betere perspectieven en versterken hun arbeidsmarktkansen en docenten zien de effecten van hun bijdragen en kunnen nauwer samenwerken met vakgenoten uit het bedrijfsleven.
  • Cultuur en communityvorming: Excellentieprogramma’s gedijen in een klimaat waarin studenten en docenten hun ideeën uitwisselen en samenwerken over opleidingen en over domeinen heen. Deze uitwisseling en samenwerking is gericht op studenten, studenten en docenten en docenten onderling. Ook het creëren van een fysiek omgeving maakt excellentie meer zichtbaar in de scholen.
  • Keten en netwerk: Een excellentieprogramma moet bezien worden vanuit een ketenbenadering. Samenwerking binnen de onderwijsketen en het creëren van doorlopende leerlijnen met goede afstemming met het vmbo en hbo is een belangrijk succesfactor.
  • Organisatie, sturing en kwaliteitsborging: Eigenaarschap van excellentie moet zichtbaar zijn en beleefd worden op alle niveaus in de organisatie (van het college van bestuur tot en met docenten). Voor de ontwikkeling tot excellente docenten moet excellentie ook goed ingebed zijn in het personeelsbeleid. Daarnaast dient de kwaliteitsborging  georganiseerd en getoetst te worden. De voortgang en resultaten van de excellentieprogramma’s moeten gedeeld en niet te vergeten, gevierd worden.

Beoordelen toelaten van excellentieprogramma’s

Niet alles is excellent in een mbo-scholen. De mbo-school moet een werkwijze ontwikkelen om “excellente programma’s” als zodanig te kwalificeren. Vaak wordt per school een passend beoordelingskader ontwikkeld om te bepalen welke bestaande of nieuwe programma’s/opleidingen toegelaten worden tot het excellentieprogramma. Dit beoordelingskader bevat de visie op excellentie, de kwaliteitsborging, selectie van en de inzet van excellente docenten en studenten, en de meerwaarde voor het werkveld. Aansluitend bij de organisatie-inrichting en governance wordt de uitvoering van de toelating van nieuwe excellentieprogramma’s ondergebracht in bestaande functies of organisatie-eenheden.

In het land is al ervaring opgedaan met een dergelijke werkwijze. Onze ervaring is dat selecteren en toelaten van programma’s/opleidingen voor excellentie stimulerend werkt in de school. Zo is binnen de Hanzehogeschool het Hanze Honours College (HHC) verantwoordelijk voor het toelaten van en het toezicht op de kwaliteit van de Honours programma’s. Het HHC beoordeelt voorstellen voor en uitvoering van excellentieprogramma’s die opleidingen of academies (willen) aanbieden.
Het spreekt voor zich dat de wijze waarop dit gebeurt maatwerk is en vooral passend moet zijn bij de ambitie en organisatie-inrichting van de school.

Vervolg: certificeren van het kwaliteitssysteem

Een aantal scholen in het hoger onderwijs gaat nog een stap verder. Zij laat hun kwaliteitssysteem voor het toelaten van excellentieprogramma’s certificeren. Wat dit betekent en wat het oplevert, daarover schrijf ik in mijn volgende weblogbijdrage, in de reeks Het mbo excelleert.

Wenst u meer informatie?
Bel of mail met Marvin Leerdam, senior adviseur- (070) 30 66 800 of m.leerdam@hobeon.nl.

Bekijk alle blogberichten