Evaluatie sleutelgebieden aanpak innovatieplatform

Frank Hendriks

9 jaar geleden

Sleutelgebieden hebben betrekking op een combinatie van bedrijvigheid en kennis met aansprekende en motiverende zakelijke en maatschappelijke ambities en voldoende organiserend vermogen en commitment van alle betrokkenen. Er zijn door het Innovatieplatform in 2004 een zestal sleutelgebieden benoemd te weten: Flowers & Food, Hightech systemen en materialen, Water, Chemie, de Creatieve Industrie en Pensioenen & sociale verzekeringen.

Volgens de Commissie Scheepbouwer is het een verstandige aanpak geweest om in 2004 de zes gebieden te benoemen die zich kunnen meten met de top van de wereld. Aanpassingen en verbeteringen zijn niettemin noodzakelijk.Volgens het persbericht is de Commissie van mening dat nog veel winst valt te halen bij de aanpak. "Zowel de overheid als de Sleutelgebieden zelf kan het beleid verbeteren. Dit vereist inspanningen van de ministeries, de bedrijven en de kennisinstellingen.  Departementen betrokken bij de Sleutelgebieden moeten meer samenwerken en met de Sleutelgebieden doelen stellen waaraan zij zich committeren. De overheid kan bijvoorbeeld beter ondersteunen bij het openen van internationale markten, het realiseren van schaalgrootte, het bevorderen van open innovatie of bij het realiseren van creatieve combinaties. Gerichte hulp van de overheid kan grote effecten hebben. Op het gebied van fundamenteel onderzoek is volgens de commissie meer afstemming met het bedrijfsleven gewenst."

Niet alleen van de overheid, maar ook van de Sleutelgebieden zelf wordt een actievere opstelling verwacht. "Een aantal Sleutelgebieden heeft nog te weinig onderlinge samenhang. Dat geldt bijvoorbeeld voor Water en Creatieve Industrie. Dit werkt vrijblijvendheid in de hand. In andere Sleutelgebieden, bijvoorbeeld Chemie, zijn de bedrijven en kennisinstellingen goed georganiseerd en ambitieus. Waar dat nog niet het geval is moet men zich beter organiseren. Met name in het Sleutelgebied Creatieve Industrie ziet de Voortgangscommissie een te afwachtende houding richting overheid. Over de hele linie vindt de commissie dat de Sleutelgebieden zich duidelijke doelen moeten stellen op het gebied van criteria als zelforganisatie of economische groei, die meetbaar en daarmee afrekenbaar zijn. Een looptijd van acht jaar met een mogelijke verlenging van vier jaar is aanbevelingswaardig omdat innovatie een lange aanlooptijd nodig heeft."

Ook stelt de Commissie voor om binnen een bepaalde periode de status van de Sleutelgebieden opnieuw te beoordelen. "Je bent geen Sleutelgebied voor de eeuwigheid", zegt Ad Scheepbouwer voorzitter van de commissie, “wie sterk en krachtig bezig is hoeft op een gegeven moment die status niet te behouden dan moet je oog hebben voor nieuwe opkomende gebieden”. De commissie ziet enkele nieuwe kansrijke sectoren zich ontwikkelen, bijvoorbeeld duurzame energie, en beveelt aan die in 2010 een kans te geven zich te kandideren als Sleutelgebied.

Volgens het persbericht deelt het Innovatieplatform de conclusies van de commissie en wil het platform de Sleutelgebieden iedere twee jaar monitoren. “De eerste monitor moet de concrete, meetbare doelstellingen evalueren en eventueel doelstellingen bijstellen. De tweede monitor onderzoekt de voortgang en kan leiden tot opheffing van de sleutelgebiedenstatus. In 2010 gaat het Innovatieplatform opkomende Sleutelgebieden uitnodigen waarbij vooral duurzame energie als kansrijk wordt gezien. Ook nodigt het Innovatieplatform de Creatieve Industrie en Pensioenen en Sociale Verzekeringen uit om uiterlijk 2010 met verbeterplannen te komen.” Het Innovatieplatform heeft aan de minister van Economische Zaken gevraagd om de rol van de overheid te verduidelijken in de sleutelgebiedenaanpak.

Voor hogescholen en universiteiten zijn de sleutelgebieden ondermeer van belang bij het vormgeven en aanvragen van nieuwe opleidingen. Opleidingen die nauw aansluiten bij de (ontwikkelingen binnen de ) sleutelgebieden (de ‘parels van de Nederlandse economie’) sluiten in de regel dus ook aan bij een door de overheid erkende behoefte. En juist dit criterium is van belang in het beoordelingskader dat de Minister van OCW gebruikt bij het geven van een oordeel over de doelmatigheid van een nieuwe opleiding in het hoger onderwijs.

Bekijk alle blogberichten