Diversity the new reality

Willem van Raaijen

6 jaar geleden

Conferentie

Onlangs organiseerde ECHO, Expertisecentrum Diversiteitsbeleid, haar jaarlijkse conferentie in de Jaarbeurs te Utrecht. Maurice Crul (UvA) en Willem van Raaijen (Hobéon) presenteerden daar op hoofdlijnen de uitkomsten en aanbevelingen van het eerder dit jaar verschenen rapport ‘Inzet G5-middelen’ over studiesuccesbevordering van niet-westerse allochtone (hierna: NWA-) studenten in de vier grote steden. Aanleiding om het rapport zelf nog eens onder de loep te nemen.

Rapport

Het rapport is het resultaat van een vijftal in opdracht van OCW uitgevoerde kwalitatieve audits bij de zogenaamde G4/G5: de vijf hogescholen in de vier grote steden. Het betreft de Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool INHolland (locaties Amsterdam/Diemen, Den Haag en Rotterdam), de Hogeschool Rotterdam, de Haagse Hogeschool en de Hogeschool Utrecht.

De auditcommissie bestond uit dr. M. Bussemaker, dr. M.R.J. Crul (UvA), prof. dr. J.J. van Dijk (VU) en prof. dr. P. Essed (Antioch University USA) als inhoudsdeskundigen. Namens Hobéon bekleedde Willem van Raaijen het voorzitterschap en voerde Rob van der Made het secretariaat.

Proces

Het auditproces bestond uit vier fases:

  1. Ontwerp van het beoordelingskader gebaseerd op 5 hoofdcriteria:
    i)    Vergroten studiesucces op de agenda van de hogeschool;
    ii)   Visie op aanpak vergroten studiesucces niet-westerse allochtonen;
    iii) Inbedding van de ingezette interventies in het beleid van de hogeschool;
    iv) Omvang en intensiteit interventies in verhouding tot beschikbare G5-middelen;
    v)   Sturing op resultaten.
  2. Documentanalyses op basis van door de instellingen geleverde Kritische Reflecties en opstellen van aandachtspuntenlijsten zowel in generieke zin als voor elk instituut afzonderlijk.
  3. Vijf audits met interviews met alle van belang zijnde gremia in de instellingen: CvB, faculteits- en opleidingsmanagers, projectleiders diversiteit, docenten, studenten, alumni en het bekijken van (presentaties van) projectresultaten.
  4. Bestudering additionele documentatie, weging en bepaling van de oordelen, schrijven van het concept-rapport, hoor/wederhoor met de instellingen, opstellen van definitief rapport.

Uitkomsten en aanbevelingen

Voor een samenhangende visie op het te voeren studiesuccesbeleid voor de student van niet-westerse afkomst is een helder, visionair en inspirerend leider-/eigenaarschap op het hoogste niveau binnen de hogeschool onontbeerlijk. Is dat het geval, dan is betrokkenheid bij het thema van hoog tot laag tastbaar en aantoonbaar aanwezig. Waar dat niet het geval was, trof de commissie vaak een groot aantal activiteiten aan waarvan de cohesie niet duidelijk was en waar een ketenbenadering in het toepassen van interventies ontbrak of slechts beperkt zichtbaar was. Opvallend was ook dat geen van de hogescholen een volledig op NWA-studenten gericht beleid voert, in sommige gevallen is het beleid volkomen generiek, waarbij de NWA-student geïmpliceerd wordt. De auditcommissie beveelt aan dit gegeven als realiteit te accepteren. Een meer op de algehele problematiek van studie-uitval gerichte benadering met interventies voor MBO- of HAVO-instroom, gender of eerste-generatiestudenten ligt naar het oordeel van de commissie meer voor de hand.

Bruikbare instrumenten

Andere aanbevelingen betreffen de inrichting van een stevig ‘onderzoekshuis’, zodat er na verzameling en analyse van gegevens gefundeerde interventies gepleegd kunnen worden, waarbij overigens monitoring essentieel is omdat beleid anders op basis van beelden en niet op basis van feiten wordt gemaakt. Activiteiten die goed blijken te werken zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van mentoraten, het instellen van peer coaches (ouderejaarsstudenten die jongerejaars begeleiden) en outreach coaches (studenten die voorlichting geven aan MBO’ers en Havisten). Ook is het zinvol peer coaches te benutten als thermometer in de organisatie t.a.v. van vragen als: plegen we de juiste interventies, zijn er signalen over discriminatie en racisme (hoe herken je die signalen?), is er sprake van voldoende binding etc. Een ketenbenadering is tevens een werkend mechanisme: generieke maatregelen (zoals bijvoorbeeld intake-assessments) worden gevolgd door mentoraten, extra studieloopbaanbegeleiding, taaltrainingen enz. De auditcommissie breekt eveneens een lans voor een meer actief en inclusief personeelsbeleid met aandacht voor deelname van leden met een NWA-achtergrond in sollicitatiecommissies, zodat NWA-studenten zich kunnen herkennen in het gevoerde beleid. Ook zou zo de kiem gelegd kunnen worden voor getalenteerde NWA-studenten als potentiële toekomstige docenten. Best practices zouden structureel met elkaar gedeeld moeten worden, zowel op het niveau van het gewenste eigenaarschap als zeker ook op uitvoerend niveau.

Inhoudelijke consistentie tussen visie, beleid en interventies is waar het uiteindelijk allemaal om draait. De bijdragen van de aanwezige Amerikaanse onderzoekers, tijdens de diversiteitsconferentie begin november in de Jaarbeurs, tonen aan de hand van de bevolkingsgroeiscenario’s en de daarin onderscheiden categorieën overduidelijk aan dat  tegen 2050 en mogelijk eerder de traditionele blanke meerderheid een blanke minderheid zal zijn. Indeed, diversity is the new reality!

Vragen?

Heeft u vragen over het rapport ‘Inzet G5-middelen’ of wilt u meer informatie over de auditinstrumenten die Hobéon ter beschikking heeft? Neemt u dan contact op met Willem van Raaijen via telefoonnummer (070) 30 66 800 of e-mail w.vraaijen@hobeon.nl of Rob van der Made via (070) 30 66 800 of r.vdmade@hobeon.nl.

Bekijk alle blogberichten