De dans van de creative class en onderwijs

Conny Ouwerkerk

6 jaar geleden

The Creative Class
Richard Florida (een Amerikaanse socioloog, gespecialiseerd in stedelijke ontwikkeling) was begin november 2011 in verband met de Internationale Biënnale te Maastricht (over leegstand en herbestemming van de bebouwde omgeving) een paar dagen in Nederland. Hogeschool Utrecht (HU) heeft deze bijzondere bijeenkomst met hem kunnen organiseren, primair voor de eigen docenten en studenten, maar gelukkig ook voor relaties. Als methodologisch werkend ontwerper van onderwijs ben ik altijd geïnteresseerd in veelzijdige toekomstbeelden, om het onderwijs in Nederland sterker te maken, richting nieuwe maatschappelijke vormen die we zien ontstaan. Want dat is wat Richard Florida in zijn boek, The Rise of the Creative Class en zijn 1,5 uur durende presentatie beeldend schetst: de opkomst van een relatief nieuwe ‘klasse’ (in de breedste zin, zonder kapitaal- of afkomstduiding), die kenmerkend en zelfs leidend zal blijken te zijn voor de nieuwe tijd.

Transitie in regionale en stedelijke ontwikkeling
Volgens Florida is er inmiddels sprake van een grootschalige economische transformatie die pas na 2020 volledig zichtbaar wordt, maar zowel cultureel, sociale als economische structuurveranderingen geeft. We zullen de structurele crisis nog sterker gaan voelen en meer fundamenteel moeten samenwerken om daar goed en zelfs beter uit te komen, zo houdt hij zijn publiek voor. En als iemand vraagt waar de huidige weerstand vandaan komt, dan is het volgens hem door de angst voor het loslaten van de huidige structuur: de klassieke strijd van creativiteit versus controle/beheersing.
Hiertoe schetst hij vlot hoe we van een agrarische maatschappij, in relatief korte tijd zijn veranderd in een industrieel gerichte en vervolgens meer op een op service en informatie gerichte maatschappij. De nieuwe, zich momenteel ontwikkelende maatschappij, kenschetst hij als kennismaatschappij. Daarbij combineert hij uiteenlopende visies van o.a. Marx en ‘stadsactiviste’ Jane Jacobs, maar hij refereert ook aan de visie van Ken Robinson, die pleidooien houdt voor een revolutie in het onderwijs om daar meer ruimte te bieden aan creativiteit. Florida’s eigen visie op regionale en stedelijke ontwikkeling rijpte pas toen hij er elementen uit de psychologie aan toevoegde, zoals over de intrinsieke motivatie van mensen. Elk mens, elk kind is intrinsiek innovatief en creatief, zo betoogt hij – ‘The real task is to stoke this fire that is in each and every one of us.’ (Zelf spreek ik graag over de natuurlijke verwondering van kinderen, die je als volwassene zo graag wilt behouden en inzetten in innovatietrajecten.)

Broedplaatsen van the creative class
Maar waarom speelt die creativiteit nu zo’n grote rol in de huidige transitie? Richard Florida vertelt hoe eerst het vruchtbare land de beste plek was voor vestiging van mensen en dorpen en later de combinatie van grondstoffen en menskracht. Uit zijn onderzoeken blijkt dat grote bedrijven zich momenteel daar vestigen waar de creatieve klasse graag is, een pluriforme groep mensen die zij voor hun groei nodig hebben. ‘Cities and communities as organizing units. They bring talented and creative people together, let them combine and recombine.’ De steden bieden de 3 T’s: technologie, talent (divers van aard) en tolerantie (open).

Diverse steden en regio’s bieden inmiddels ruimte aan diegenen die vanuit zichzelf veelvuldig nieuwe initiatieven ontwikkelen en bedrijvigheid creëren. Het zijn de non-conformisten, de idealisten, ‘bohemiens’; de nerds die elkaar vonden in Silicon Valley. Hun creativiteit kon er groeien en werd er productief. Deze groep, die in niets anders gebonden is dan in hun creatieve aard, blijkt nauwelijks last te hebben van conjuncturele werkloosheid – ze lossen het zelf op. En nu borrelt de vernieuwing, de transformatie op uit deze groep. Eerst leek het onproductief en ongrijpbaar, maar hij ziet al meer structuur komen, zelfs in actuele bewegingen als ‘occupy’. En mocht iemand denken dat de omvang van die creatieve groep wel mee zal vallen, dan toont Florida met zijn ‘creativity index’ het tegendeel. Waar in de Verenigde Staten een creative class zo’n 30% van de bevolking vormt, is het in landen als Nederland en de Scandinavische landen al ruim 45%. Historisch is deze klasse gegroeid van zo’n 5% in 1900 (toen de helft van de mensen nog op het platteland werkte) en minder dan 10% in de vijftiger jaren (toen meer dan de helft van de mensen in fabrieken werkte – blue collar workers).

Deze klasse heeft een groeiende behoefte om de individualiteit te tonen. En op de schouders van hun voorgangers kunnen zij tot grote hoogte komen. Zo vormen zelfs ontwikkelingen uit de 60-er jaren nu een voedingsbodem. Inspiratie is een belangrijke factor voor het stimuleren van een creative class, die hij vanuit de zaal kreeg aangereikt. We gaan naar een meer seculiere maatschappij, waar voor de zelfexpressie van het individu meer flexibiliteit nodig is dan de huidige structuren kunnen bieden. Leiders moeten zich daar meer bewust van zijn en de kansen bieden. De huidige jonge generatie verandert al snel en we kunnen ons gewoon niet indenken hoe het wordt – het is onvoorstelbaar. Alleen daarom al moet er ruimte zijn voor diegenen die daarmee om kunnen gaan, moeten kinderen en jongeren worden gestimuleerd om een rol te spelen en hun creativiteit ‘clean’ in te zetten. Zo legt hij momenteel het verband met duurzaamheid, wederom in de breedste zin.

Rol van het onderwijs
Desgevraagd geeft hij aan dat daarbij een grote rol is weggelegd voor het onderwijs en docenten. Het huidige onderwijs is ontstaan uit het ritme van de industriële revolutie – de tijd waarin feitenkennis meer van belang werd geacht dan begrip en waarin het nog niet mogelijk was om zelf te zoeken naar kennis die aansluit bij je eigen behoefte. Leraren en docenten moeten zich bewust zijn van het potentieel dat in hun eigen klassen zit. Richard Florida roept hen op om meer te werken met hun emotionele toewijding en minder eenvormig gestructureerde onderwijsconcepten, want iedereen leert op zijn of haar eigen wijze. Zij hoeven dat niet alleen te doen en moeten vooral ook de buitenwereld betrekken bij de ontwikkeling van de talenten en de creativiteit van de kinderen en jongeren leren inzetten. Creativiteit moet ook in het onderwijs meer ‘inclusive’ worden, als vanzelfsprekend en noodzakelijk voor onze toekomst.

Dit sluit weer aan bij een opinie artikel dat 29 oktober is verschenen in het Financieel Dagblad, waarin Tex Gunning, lid van de Raad van Bestuur van AkzoNobel pleit voor een radicale verandering van het onderwijs. ‘De toekomst vraagt om focus op waarden’. Ken Robinson pleitte in zijn TED-talks voor een revolutie. Dat er iets moet gebeuren lijkt evident. Maar het is aan het onderwijs zelf om dat van binnenuit te laten gebeuren, in een tempo en vorm die passen. De omgeving wil daar graag bij helpen.

Wie leidt wie in deze dans?
Mocht u naar aanleiding van dit verslag van de inspirerende bijeenkomst met Richard Florida nog vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u contact opnemen met Hobéon door te bellen met (070) 30 66 800.

Bekijk alle blogberichten