Actualisatie en verheldering van de WHW geboden

Inge van der Hoorn

4 maanden geleden

Eind april publiceerde de Inspectie van het Onderwijs het rapport ‘De Staat van het Onderwijs 2020’. Hierin rapporteert zij over het functioneren van het Nederlandse onderwijsstelsel in het afgelopen jaar. Door de grote druk die de aanwezigheid van het coronavirus legt op het onderwijs, hebben de ministers besloten hun reactie op het rapport uit te stellen. Niettemin is het interessant om het rapport te lezen. Onze adviseurs Rianne Versluis, Pieter Huisman en Roel van Krieken doken in het deel waarin de Inspectie haar bevindingen over het hoger onderwijs weergeeft. Zij spraken met elkaar over herkenbaarheden, opvallende bevindingen, aanbevelingen en de mogelijke gevolgen hiervan voor de toekomst. Hun bevindingen zijn vastgelegd in een serie weblogs. Dit derde en laatste weblog gaat over de discrepantie tussen de WHW en de huidige onderwijspraktijk en over de onzekerheid van instellingen over de interpretatie van de WHW.

WHW niet klaar voor flexibilisering van het onderwijs
De Inspectie constateert dat de wetgeving en de praktijk van het hoger onderwijs niet altijd meer op elkaar aansluiten. Zo schrijft de Inspectie in de Staat van het Onderwijs: “De wet bepaalt dat een instelling het onderwijs aanbiedt in de vorm van opleidingen. Een opleiding wordt gedefinieerd als een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op welomschreven doelstellingen.” De Inspectie merkt op dat de WHW hier wordt ingehaald door de huidige praktijk die zich beweegt richting flexibilisering van het onderwijs met flexibele leerroutes en leerwegonafhankelijke toetsing. Dit werd
10 juni jl. bevestigd, toen de meerderheid van de Tweede Kamer instemde met een motie om het betalen per studiepunt versneld mogelijk te maken. Hiermee lijkt het concept opleiding als samenhangend geheel van onderwijseenheden steeds meer te vervagen.   

Onze adviseurs herkennen deze ontwikkeling naar flexibilisering in grote mate. De vraag is hoe dit zich naar de toekomst toe gaat ontwikkelen en in verhouding staat tot de WHW. Pieter: “Er moet een reactie komen van het ministerie van OCW op de Staat van het Onderwijs, er ligt ook nog een Strategische Agenda Hoger Onderwijs en er is corona overheen gekomen. De vraag is waar straks behoefte aan is. Waarschijnlijk hebben we straks te maken met een grote economische crisis, veel werkloosheid, resulterend in een behoefte aan flexibele trajecten om mensen bij te scholen, zo verwacht ik. De vraag is of het begrip opleiding daarbij in de weg zit. Het kan zijn dat de externe druk alles vloeibaar maakt en er meer ruimte komt om modulair te stapelen. Nu bevinden dit soort ontwikkelingen zich allemaal nog in pilots (o.a. Experiment leeruitkomsten en Experiment accreditatie onvolledige opleidingen, red.). Deze worden nu aan de zijkant van het systeem uitgevoerd. De vraag is of dat in de toekomst niet het hart van het systeem zal gaan worden.”

“De andere kant is dat het samenhangende geheel van onderwijseenheden dan verloren gaat en dat kan van invloed zijn op het civiel effect”, zo vervolgt Pieter. “Ons systeem is nu zo ingericht dat het werkveld waarde hecht aan herkenbare opleidingstrajecten en diploma’s. En een opleiding moet daartoe een samenhangend geheel zijn, met eenduidige leerdoelen en leeruitkomsten, waar het werkveld en vervolgopleidingen op kunnen vertrouwen. Als dat verloren gaat omdat studenten en instellingen grote vrijheid krijgen om hun eigen programma’s samen te stellen, dan kan dat van invloed zijn op het civiel effect. En dat kan vervolgens weer gevolgen hebben voor de kansen op de arbeidsmarkt. Er zitten dus twee kanten aan dit verhaal. Ik verwacht dat dit een zoekproces wordt, dat nog alle kanten op kan en mede zal afhangen van de economische situatie.”

Onzekerheid bij instellingen over interpretatie WHW
De Inspectie wijst er in haar rapport ook op dat de huidige regelgeving niet goed aansluit bij de praktijk en ertoe leidt dat instellingen zich afvragen hoe zij innovaties passend kunnen maken binnen het gegeven kader. Roel en Pieter herkennen dit. Zo ondersteunen zij verschillende hogescholen, rechtspersonen voor hoger onderwijs en individuele opleidingen bij het opzetten van samenwerking met buitenlandse hogescholen. Pieter: “De regelgeving omtrent samenwerking met buitenlandse scholen is complex. Dat is lastig als er plannen zijn voor het opzetten van een joint degree of een joint program. Je hebt te maken met verschillende regelsystemen in de borging van de kwaliteit. En als de betreffende partnerinstelling of -opleiding niet geaccrediteerd is, wordt het helemaal lastig. Buitenlandse instellingen kunnen zich hier vestigen en deze instellingen kunnen een buitenlandse graad verlenen, maar zodra zij een samenwerking willen opzetten met een Nederlandse instelling wordt het heel ingewikkeld.”

Door de open normen in beleidsregels en bijvoorbeeld de Notitie 'Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs' ontstaat onduidelijkheid over wat wel kan en wat niet kan”, vervolgt Roel “Dan is het zaak om via een systematische en onderbouwde analyse tot een houdbaar advies voor instellingen te komen. Zowel op het punt van de regeling van flexibele opleiding, samenwerking, macrodoelmatigheid als het opzetten van nieuwe innovatieve projecten blijft het zaak om op de hoogte te zijn en te blijven van de kaders en uitwerking van de WHW, die – zoals de Inspectie terecht opmerkt - op punten niet bij de tijd is en vage normeringen kent. Ondersteuning in de kennis blijft daarom in alle lagen van de onderwijsorganisatie van belang.

Meer informatie
Wilt u doorpraten over dit weblog of heeft u vragen? Rianne VersluisPieter Huisman en Roel van Krieken staan u graag te woord. Zij zijn bereikbaar via 070 30 66 800 of u kunt contact met hen opnemen via email: r.versluis@hobeon.nl, p.huisman@hobeon.nl en r.vankrieken@hobeon.nl

 

Dit is het derde en laatste deel van een serie weblogs over De Staat van het Onderwijs 2020. Het eerste deel gaat over de aandacht die de Inspectie vraagt voor studiesucces en studentenwelzijn tijdens accreditaties. Het tweede deel gaat over toetsing, waarvan de Inspectie constateert dat dit het meest kwetsbare aspect is voor de basiskwaliteit van opleidingen. Deze conclusie trekt zij aan de hand van een analyse van beoordelingsrapporten.

Bekijk alle blogberichten